Boekgegevens
Titel: Handleiding tot de kennis der natuur: schoolboek
Serie: Werken der Maatschappij tot Nut van 't Algemeen, 3: 1
Auteur: Wenckebach, Willem; Matthes, C.J.
Uitgave: Leiden: D. Du Mortier & zoon, 1851
[S.l.]: C.A. Spin & zoon
Maatschappij tot Nut van 't Algemeen
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 670 A 9
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203451
Onderwerp: Natuurkunde: natuurkunde: algemeen
Trefwoord: Natuurkunde, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Handleiding tot de kennis der natuur: schoolboek
Vorige scan Volgende scanScanned page
— '147 —
dat huis een middel om le weten, hoe warm of koud
liet Luiten is, zonder dat hij zich zeiven aan die warmte
of koude Lehoeft Lloot te stellen.
V.
Over smelten en stollen.
Eene tweede verandering, welke de ligchamen dikwerf
door de warmte ondergaan , kennen wij onder den naam
van smelten.
Als wij een stuk ijs in eene warme kamer Lrengen, smelt
het, dat wil zeggen: het houdt op een vast ligchaam le
zijn, en wordt een vocht, namelijk water. Brengen wij
hel stuk ijs in een koud vertrek, waarin het kwik in den
thermometer onder 0° slaat, dan smelt het niet, het Llijft
ijs; het is dus de warmte der kamer, die, in 't eerste
geval, het smelten le weeg Lrengt.
Hetgeen met ijs plaats heeft, geLeurt ook met vele an-
dere vaste ligchamen, als zij verwarmd worden; met dit
onderscheid alleen, dat het eene veel meer verwarmd moet
worden dan het ander, eer het vloeibaar wordt.
Door geringe verwarming kunnen wij Loter, vet, hars
en pik doen smelten; een kooltje vuur en een schaaltje zijn
daarvoor toereikend. Dal een sterker graad van verwar-
ming tin, lood en zink vloeibaar maakt, kan men Lij
tinnegieters, loodgieters en pompmakers zien; Lij nog hoo-
ger graad van hitte kunnen ook koper, ijzer, enz. ge-
smolten worden, 't geen dagelijks geLeurt Lij geelgieters,
kopergieters, ijzergieters, enz.; glas kunnen wij gesmolten
zien in de glasLlazerijen. Waarschijnlijk zouden alle lig-
chamen zonder onderscheid Llijken voor smelting valLaar
te zijn, wist men ze maar in de daartoe vereischte omstan-
digheden te plaatsen. De uilzondering, die de meeste be-
werktuigde ligchamen op dien regel maken, is vermoedelijk
alleen schijnbaar, en daaraan toe te schrijven, dat zij reeds
op lager warmtegraad dan tot de smelting, gevorderd wordt,
eene verandering van bestanddeelen ondergaan, 't Is zeer
denkelijk , dat hout bijv. door genoegzame verwarming vloei-
baar zou kunnen worden, bijaldien het niet verbrandde eer
10 *