Boekgegevens
Titel: Handleiding tot de kennis der natuur: schoolboek
Serie: Werken der Maatschappij tot Nut van 't Algemeen, 3: 1
Auteur: Wenckebach, Willem; Matthes, C.J.
Uitgave: Leiden: D. Du Mortier & zoon, 1851
[S.l.]: C.A. Spin & zoon
Maatschappij tot Nut van 't Algemeen
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 670 A 9
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203451
Onderwerp: Natuurkunde: natuurkunde: algemeen
Trefwoord: Natuurkunde, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Handleiding tot de kennis der natuur: schoolboek
Vorige scan Volgende scanScanned page
- '145 -
dat de maat waarmede wij meten, ons eigen ligchaam, niet
altijd in denzelfden toestand verkeert, een gebrek dat de
thermometer niet heeft. Hij wijst onder dezelfde omstandig-
heden altijd denzelfden graad aan •, of hij te voren in warm
of in koud water gedompeld was, dit brengt geene verande-
ring le weeg in den graad dien hij in 't laauwe water aan-
wijst. In een' kelder vinden wij het des zomers koel, en
's winters warm-, de thermometer leert ons, dat dit alleen
afhangt van onzen maatstaf, van het verschil van onze ge-
waarwordingen namelijk, bij een' zelfden indruk op ons lig-
chaam. Hij leert ons, dat in een' kelder de warmte weinig
verandering ondergaat, maar dat het er des zomers eer
warmer dan kouder is is dan 'swinters, zoodat het gevoel
van ons ligchaam, dat hiermede strijdt, bedriegelijk is.
Met behulp van het gevoel kunnen wij bovendien de
warmte die wij waarnemen, niet naauwkeurig vergelijken
met eene warmte, die lang te voren aanwezig was, omrdat
de indruk dier vorige warmte alsdan verdwenen is. Met
behulp van een' thermometer is dit gemakkelijk le doen,
omdat wij den graad van warmte, in een bepaald getal
uitgedrukt, kunnen opteekenen, en zoo lang bewaren als
wij verlangen. Wanneer wij bijv. een' thermometer in een'
waterput plaatsen, en den graad, dien hij aanwijst, onthou-
den, kunnen wij lang daarna zien, of het water in denzelf-
den of in een' anderen put juist even warm is; wij behoeven
alleen le onderzoeken, of de thermometer weder juist even-
veel graden aanwijst. Hangen wij een' thermometer in de
open lucht, dan kunnen wij er aan zien , of de lucht even
warm is als op een' vroegeren dag. Wij kunnen aldus de
warmte, die wij op een zeker oogenblik ondervinden, ver-
gelijken met die, welke jaren geleden heeft plaats gehad.
Neemt men twee goede thermometers gelijktijdig op twee
verschillende plaatsen waar, en houdt men aanteekening van
die waarneming, dan kan men later beslissen, waar 't het
warmst geweest is, en hoeveel warmer op de eene plaats
dan op de andere. Zoo weten wij bijv., dat \n Nederland
in de maand Maart de koude, zoo lang er thermometer-
waarnemingen gedaan zijn, nooit zoo groot is geweest als
in Maart 1845, althans in 125 jaren niet; dat het in die
10