Boekgegevens
Titel: Handleiding tot de kennis der natuur: schoolboek
Serie: Werken der Maatschappij tot Nut van 't Algemeen, 3: 1
Auteur: Wenckebach, Willem; Matthes, C.J.
Uitgave: Leiden: D. Du Mortier & zoon, 1851
[S.l.]: C.A. Spin & zoon
Maatschappij tot Nut van 't Algemeen
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 670 A 9
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203451
Onderwerp: Natuurkunde: natuurkunde: algemeen
Trefwoord: Natuurkunde, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Handleiding tot de kennis der natuur: schoolboek
Vorige scan Volgende scanScanned page
— '140 —
worden, naar male de warmte grooter wordt. Dat zulk
krimpen niet plaats heeft bij andere ligchamen, kan men
gemakkelijk aantoonen. Neem twee ijzerdraden, die juist
even lang zijn, maak den eenen heet en leg dien naast
den anderen, en gij zult zien, dal de heele draad lan-
ger is geworden dan hij te voren was. Wordt hij we-
der koud, dan krimpt hij ook weêr in en eindigt met
weêr even lang te zijn als de andere. Neemt men een'
ijzerdraad en een' even langen koperdraad, en maakt men
beiden even warm, door ze bijv. beiden even lang in kokend
water te leggen, dan vindt men, dal de koperen draad meer
in lengte is toegenomen dan de ijzeren. Ook glas wordt
door warmte grooter, gelijk de glazenmakers weten. Wan-
neer men eene glasruit in de koude derwijze in een venster
inzet dat zij er juist in past, dan loopt men groot gevaar
van ze te zien springen als hel warm wordt, omdat zij dan
geklemd raakt tusschen de vensterroeden, die niet kunnen
uitwijken. Om dit le voorkomen, neemt de glazenmaker
de ruit altijd iets kleiner dan het raam, waarin zij gezet
moet worden -, hij zorgt daardoor dat de ruil eenige speling
heeft in de sponning. Ook bij vele andere sloffen heefl
men er op gelet, welke verandering zij bij verwarming on-
dergaan , en zoo heeft men gevonden, dal warmte verre-
weg de meeste grooter doet worden, of, zoo als men dat
noemt, ze uitzet; tevens is het gebleken, dal het inkrim-
pen van hout, papier en klei niet dan eene schijnbare
uitzondering is op den regel; wal de reden daarvan is, zul-
len wij later zien.
Hel springen van glazen, als men er plotseling heet water
in giet, laat zich nu reeds gereedelijk verklaren. De warmte,
die door het heete water aan een gedeelte van hel glas wordt
afgegeven, deelt zich niet zóó spoedig gelijkmatig aan hel
geheel mede, ais het gevolg van die warmte, de uitzetting,
zich openbaart, zoodat ook hier hel heete gedeelte tusschen
't omringende geklemd raakt en alzoo breekt. Omgekeerd
loopt een verwarmd glas, door op den logt te staan, gevaar
van breken, wegens het plotseling inkrimpen van enkele
deelen, alvorens de bekoeling tijd heeft gehad zich gelijk-
matig te verbreiden.