Boekgegevens
Titel: Handleiding tot de kennis der natuur: schoolboek
Serie: Werken der Maatschappij tot Nut van 't Algemeen, 3: 1
Auteur: Wenckebach, Willem; Matthes, C.J.
Uitgave: Leiden: D. Du Mortier & zoon, 1851
[S.l.]: C.A. Spin & zoon
Maatschappij tot Nut van 't Algemeen
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 670 A 9
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203451
Onderwerp: Natuurkunde: natuurkunde: algemeen
Trefwoord: Natuurkunde, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Handleiding tot de kennis der natuur: schoolboek
Vorige scan Volgende scanScanned page
— '138 —
gaal alleen uil de Lovenste aardlaag verloren, niet uit de lager
liggende-, gewoonlijk vinden wij 's winters in ons land den
bodem niet dieper dan twee palm bevrozen. Zelfs in bui-
tengewoon koude winters bad de bevrozen laag maar 7 pal-
men diepte, terwijl hel in de lucht maanden lang gevroren
had; vandaar, dal planten, die hare wortels eenige pal-
men diep in den grond hebben, zelden hinder van de vorst
hebben; vandaar ook, dat het water in putten, zoodra
ze wat diep zijn, 's winters niet bevriest-, gelijk omgekeerd
dat water in den zomer frisch en koel is, omdat de buiten-
warmte er door den grond heen niet kan bij komen. Als
slechte warmte-geleiders is vooral ook de sneeuw hoogst nut-
tig. Terwijl grond waarop geen sneeuw ligt, bevriest, en
de planten dien ten gevolge sterven, vriest hel bijna niet
op akkers, welke met eene laag sneeuw bedekt zijn. Zelfs
heeft men in strenge winters bevonden, dat grond die met
eene dikke laag sneeuw bedekt was, niet eens aan de op-
pervlakte bevrozen was.
Om teère planten tegen vorst te beveiligen, is 't niet noodig,
dat zij door een' slechten warmte-geleider geheel omsloten
zijn. De in het vroege vooi^)aar ontluikende bloesems van fijne
vruchlboomen worden tegen de nachtvorsten gevrijwaard en-
kel door eenig vrij ijl rijshout, dal er maar los tegenaan
gezet wordt. Indien nu de bekoeling alleen door mededee-
ling aan de belendende lucht plaats vond, zoo kon dit
weinig of niet baten. Wij kunnen hier wederom iets uit lee-
ren, en wel: dat de warmte de ligchamen nog op eene andere
wijze verlaat, le weten door uitstraling, welke uitstraling,
vooral bij heldere nachten, als er geen wolkje aan 't uit-
spansel is, zeer aanmerkelijk is, en dan, als de zon over
dag nog weinig kracht heeft, eene groote bekoeling en
daardoor bevriezing en veel schade aan de planten ver-
oorzaakt. Is de lucht bewolkt, zoo is de uitstraling ook
dadelijk veel minder, en zoo gevoelt men, dat ook de rijs-
houten takkebossen voldoende kunnen zijn om door het
onderscheppen der regt doorgaande warmtestralen het verlies
van Avarmte tegen te gaan-
Een tweede voorbeeld van het tegenhouden van warmte,
die, juist omdat zij ook daarop dezelfde wijze, door afstraling