Boekgegevens
Titel: Handleiding tot de kennis der natuur: schoolboek
Serie: Werken der Maatschappij tot Nut van 't Algemeen, 3: 1
Auteur: Wenckebach, Willem; Matthes, C.J.
Uitgave: Leiden: D. Du Mortier & zoon, 1851
[S.l.]: C.A. Spin & zoon
Maatschappij tot Nut van 't Algemeen
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 670 A 9
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203451
Onderwerp: Natuurkunde: natuurkunde: algemeen
Trefwoord: Natuurkunde, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Handleiding tot de kennis der natuur: schoolboek
Vorige scan Volgende scanScanned page
156
Wanneer men eenige slaven van gelijke lengte en dikte
neemt, maar van verschillende ligchamen, hout, bijv.,
steen en metaal, en die alle even ver in denzelfden ])ak met
heet water steekt, zoo wordt ook het uitstekende eind van
alle warm, maar de tijd die daartoe noodig is, is zeer
ongelijk: de metalen staaf zal het spoedigst warm worden,
de steen langzamer, het hout het allerlangzaamst. Men
noemt daarom de metalen goede warmte-geleiders; hout
een' slechten warmte-geleider. Dit verschil kan men op-
merken, wanneer men aan een' koperen ketel ook een ko-
peren hengsel heeft, en men vult hem met kokend water.
Niet alleen de ketel, maar ook het hengsel wordt dan weldra
zóó heet, dat men het niet kan aanvatten zonder zich te
branden. Men maakt daarom het bovendeel van het heng-
sel gewoonlijk van hout, dat de warmte niet zoo gemak-
kelijk overneemt als koper; om dezelfde reden geeft men
aan hel deksel van den ketel een' houten knop; aan vuur-
komforen houten pootjes en een' houten handvat. Steen is
een slechte warmte-geleider; vandaar dat eene kerk, die
veelal gesloten blijft, waar dus geen warmer of kouder
lucht indringt , en de warmte derhalve door de steenen
muren moet dringen, als het in 't najaar koud wordt,
nog eenigen tijd warmer is dan de buitenlucht, maar ook
in 't voorjaar na invallenden dooi nog een' lijd lang koud
blijft. Nog slechter warmte-geleider is stroo. Onder een stroo-
dak blijft daarom de warmte lang binnen'shuis; maar is het
er eenmaal koud geworden, dan zal er ook moeijelijk warmte
van buiten indringen, 't Is dus op een' zolder, die met
stroo gedekt is, in den winter warmer dan buiten, en in
den zomer koeler dan bijv. onder een pannen dak, waar
door de warmte veel gemakkelijker van buiten naar binnen
en van binnen naar buiten heengeraakt.
Wil men een ligchaam, dat warmer is dan de buiten-
lucht, lang warm houden, dat is, zorgen dat de warmte
niet verloren ga, zoo omringt men het met stoffen, die
sleclite warmte-geleiders zijn, en deze beantwoorden des te
beter aan het doel, naar mate ze eene dikker laag uitma-
ken. Zulke slechte warmte-geleiders zijn laken, wol, bont,
met een woord al die stoffen, waarvan wij kleeren vervaar-