Boekgegevens
Titel: Handleiding tot de kennis der natuur: schoolboek
Serie: Werken der Maatschappij tot Nut van 't Algemeen, 3: 1
Auteur: Wenckebach, Willem; Matthes, C.J.
Uitgave: Leiden: D. Du Mortier & zoon, 1851
[S.l.]: C.A. Spin & zoon
Maatschappij tot Nut van 't Algemeen
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 670 A 9
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203451
Onderwerp: Natuurkunde: natuurkunde: algemeen
Trefwoord: Natuurkunde, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Handleiding tot de kennis der natuur: schoolboek
Vorige scan Volgende scanScanned page
— '135 —
Het is vooral door de werking der zon, dat koude lig-
chamen warm worden. Hoe de zon dit te weeg brengt is
ons onbekend; dit alleen weten wij, dat de werking des te
sterker is, naar mate de zon hooger aan den hemel staat
en langer schijnt. Vooral het hoog staan doet hier veel af.
In de warme landen, waar de zon eiken dag maar 12 uren
schijnt, is het veel warmer dan in koude landen, waar
zij dagen en maanden achtereen niet ondergaat, maar altijd
zeer laag aan de kimmen blijft-, van deze beide omstan-
digheden hangt het echter niet alleen af. Nog merken wij
een groot verschil op, naar de gesteldheid der ligchamen
waarop de zon schijnt. Waler wordt veel minder warm dan
de grond, tuinaarde veel minder dan zandgrond, hout minder
dan steen of ijzer, al schijnt de zon op alle even lang en
even schuins. Ook de kleur doet hier veel af. Eene zwart
geverwde schutting wordt veel warmer dan eene wit ge-
verwde, en geeft daarom ook veel meer warmte aan de
boomen, die er tegenaan staan. Schuttingen, waartegen
vruchten staan die veel warmte noodig hebben, moeten
daarom zwart geverwd worden. Zwarte kleeren worden
in de zon veel warmer dan lichtgekleurde, en geven dus
ook aan ons ligchaam meer warmte; daarom draagt men
in warme landen, waar de zon dikwerf meer warmte geeft
dan ons lief is, kleeren van lichte kleuren. Wanneer in
het voorjaar de sneeuw door de zonnewarmte begint te
smelten, ziet men ze overal waar zij vuil is geworden,
veel spoediger wegsmelten, omdat de donker gekleurde
sneeuw veel warmer wordt dan de witte. Legt men op
de sneeuw lapjes van verschillende kleur, dan zal zij onder
de zwarte of donkerroode veel eerder smelten dan onder
de wille.
In elk geval, waar warmte merkbaar wordt die er te
voren niet scheen te zijn, zeggen wij, dat zij opgewekt
wordt; wij zeggen dus, dat warmte door wrijven, door
verbranding, door vermenging, opgewekt wordt.
Hoe meer warmte er in een ligchaam opgewekt is, des
te meer deelt het aan de omringende ligchamen mede. Ook
bij dit mededeelen hebben merkwaardige bijzonderheden
plaats.