Boekgegevens
Titel: Handleiding tot de kennis der natuur: schoolboek
Serie: Werken der Maatschappij tot Nut van 't Algemeen, 3: 1
Auteur: Wenckebach, Willem; Matthes, C.J.
Uitgave: Leiden: D. Du Mortier & zoon, 1851
[S.l.]: C.A. Spin & zoon
Maatschappij tot Nut van 't Algemeen
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 670 A 9
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203451
Onderwerp: Natuurkunde: natuurkunde: algemeen
Trefwoord: Natuurkunde, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Handleiding tot de kennis der natuur: schoolboek
Vorige scan Volgende scanScanned page
— '133 —
de veranderingen, die de warmle er in voortbrengt, maar
haar zelve niet.
Zoo als wij over warmte en hitte spreken, spreken wij
ook over koude en mrst. Wij kennen een gevoel van
koude 3 en spreken over de oorzaak, waardoor dat gevoel
wordt voorlgebragt, ook als over een eigen iels, dat ins-
gelijks medegedeeld kan worden even als de warmte. Wij
zeggen: de koude dringt in de huizen, de vorst dringt in
den grond, togt geeft koude, enz. Wij noemen steen en
ijzer koud, omdat zij ons, wanneer wij ze aanraken , het
gevoel van koude veroorzaken. Voor deze spreekwijze be-
staat intusschen geen grond; wij behoeven maar aan te ne-
men, dat, als wij een ligchaam aanraken, dat wij koud
noemen, deze gewaarwording daardoor wordt veroorzaakt,
dat hier ons eigen ligchaam warmte afgeeft, terwijl bij de
ligchamen, die wij warm noemen, het onze van dat ander
't welk wij aanraken, warmte ontvangt. Dat deze voorstelling
juist is, blijkt uit deze eenvoudige proef. Als van twee
personen de een een vinger steekt in warm waler, dat zoo
heet is als hij 't maar verdragen kan, en de ander den zij-
nen in koud water, hoe killer des le beter, en als vervol-
gens beiden dezelfde vingers indompelen in laauw water, dan
Zill hetzelfde laauwe water door den eersten koud, en door
den laalsten warm bevonden worden.
11.
Opwekking cn verspreiding van Warmte.
Een ligchaam wordt niet alleen warm door toedoen van
een ander dat reeds warm was, maar ook zonder hulp
van een warm ligchaam. Wanneer men twee koude handen
legen elkander wrijft of op elkander slaat, worden ze beiden
warm; als men een' kouden vinger over koud laken wrijft,
wordt die niet alleen warm, maar alligt zoo heet, dat
wij er pijn door zouden gevoelen, als wij voortgingen met
wrijven.
Dat wrijven van twee koude ligchamen beiden warm maakt,
blijkt ook in vele andere gevallen. Twee stukken hout tegen
elkander gewreven, worden warm, en men kan het zelfs