Boekgegevens
Titel: Handleiding tot de kennis der natuur: schoolboek
Serie: Werken der Maatschappij tot Nut van 't Algemeen, 3: 1
Auteur: Wenckebach, Willem; Matthes, C.J.
Uitgave: Leiden: D. Du Mortier & zoon, 1851
[S.l.]: C.A. Spin & zoon
Maatschappij tot Nut van 't Algemeen
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 670 A 9
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203451
Onderwerp: Natuurkunde: natuurkunde: algemeen
Trefwoord: Natuurkunde, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Handleiding tot de kennis der natuur: schoolboek
Vorige scan Volgende scanScanned page
— II!) —
tegengewerkt door eene opwaarts gerigte kracht, die met
1.3 wigtjes drukking gelijkstaat.
Hadden wij dus een ligchaam, dat 1 cub. palm groot
is, en minder dan 1.3 wigtjes weegt, dan zou dit in
de lucht door eene grootere kracht naar boven dan naar
beneden gedreven worden, en het zou dus werkelijk naar
boven gaan. Zulke ligte ligchamen, die minder wegen dan
de lucht, welke zij verplaatsen, heeft men inderdaad weten
te vervaardigen; het zijn de luchtbollen. Dat zijn bollen
van eene ligte dunne stof vervaardigd, en gevuld met eene
andere soort van lucht, die veel ligter is dan gewone lucht;
wij komen er later op terug. Een ander veel eenvoudiger
voorbeeld van ligchamen, die ligter dan lucht zijn, hebben
wij in zeepbellen, die wij somtijds ook zander wind om-
hoog zien zweven. Het blijkt dus duidelijk , dat wij uit
het naar boven gaan van ligchamen niet mogen besluiten,
dat zij geen gewigt hebben, dat zij geene neiging hebben
om te vallen, maar alleen dat zij ligter zijn dan de lucht
die zij verplaatsen, zoodat de waarschijnlijkheid tot zeker-
heid is geworden, dat alle ons bekende stof zwaar is.
Het naar boven gaan van ligchamen die ligter zijn dan
lucht, mogen wij niet verwarren met het -vliegen. Een vogel
is zeer veel zwaarder dan de lucht die hij verplaatst; en
liet is hem slechts mogelijk in de lucht op le stijgen, omdat
hij beweging maakt met zijne vleugels. Ook de vlieg, de
bij, de kever, verkeeren in 't zelfde geval, en zij hebben
daarom alle vleugels. Tusschen het opstijgen van een'
luchtbol en van eei) vliegend dier bestaat een dergelijk ver-
schil als tusschen het drijven in water van ligchamen, die
ligter dan water zijn, en het zwemmen van dieren zwaarder
dan water. De vogel, die zijne vleugels niet bewoog, zou
op den grond vallen; de hond, die in het water geene
zwembewegingen maakte, zou zinken.