Boekgegevens
Titel: Handleiding tot de kennis der natuur: schoolboek
Serie: Werken der Maatschappij tot Nut van 't Algemeen, 3: 1
Auteur: Wenckebach, Willem; Matthes, C.J.
Uitgave: Leiden: D. Du Mortier & zoon, 1851
[S.l.]: C.A. Spin & zoon
Maatschappij tot Nut van 't Algemeen
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 670 A 9
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203451
Onderwerp: Natuurkunde: natuurkunde: algemeen
Trefwoord: Natuurkunde, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Handleiding tot de kennis der natuur: schoolboek
Vorige scan Volgende scanScanned page
— I«.S —
hij naar beneden, dus tegen de schaal aan, geduwd. Wa-
ren nu deze beide drukkingen even groot, zoo zouden zij
juist tegen elkander opgaan, en die drukkingen zouden
gezamenlijk geene uitwerking op de schaal voortbrengen.
Is daarentegen de drukking tegen het grondvlak grooter dan
die tegen het bovenvlak, zoo zal het juist zijn alsof de cu-
bus, behalve door zijn eigen gewigt, nog door eene kracht,
die gelijk is aan het verschil der beide drukkingen, naar
beneden werd geduwd. Het is dit verschil, 't geen op de
schaal werkt, en dat is dus hetgeen wij het gewigt van de
lucht noemen-, dewijl elke van die drukkingen over de
honderd ponden groot is, bedraagt haar verschil maar
1.3 wiglje bij onzen cubus.
Hiermede komt geheel overeen hetgeen wij vroeger aan-
voerden, dat een ligchaam 't welk in lucht geplaatst is, daarin
zoo gemakkelijk bewogen kan worden, omdat de tegenover-
gestelde drukkingen tegen elkander opwegen. Hier zijn het
drukkingen van builen naar binnen , bij den cubus druk-
kingen van binnen naar buiten. Dat tegen elkander op-
wegen heeft echter ook bij de buitendrukkingen niet vol-
komen plaats. Vestigen wij bij onzen cubus de aandacht
ook op de lucht, die er rondom heen is, zoo hebben wij
hier ook op het bovenvlak eene luchtdruklung, die naar
beneden werkt, en tegen het benedenvlak eene, die naar
boven werkt, 't Is hiermede dus even als met de drukking
van water tegen een daarin gedompeld ligchaam, en men
kan bewijzen, dat de bovendrukking juist zóóveel kleiner
is dan die beneden, als het gewigt bedraagt van de door
den cubus verplaatste lucht. Een ligchaam ondergaat dus
ook in lucht een schijnbaar gewigtsverlies, even als in water,
en wij moeten aannemen, dat, indien wij den cubus in
eene luchtledige ruimte konden wegen, deze zwaarder zou
blijken te zijn, dan wanneer hij in lucht gewogen wierd.
Zoodanige weging in het luchtledige is werkelijk geschied ,
en heeft dan ook de verwachte uitkomst Opgeleverd. Dat
verlies was juist zóóveel kleiner dan het verlies in water,
als lucht minder weegt dan water. Een cubus, die in water
1000 wigtjes verliest, verliest in lucht slechts 1.3 wigtjes,
of, om naauwkeuriger le spreken : zijn eigen gewigt wordt