Boekgegevens
Titel: Handleiding tot de kennis der natuur: schoolboek
Serie: Werken der Maatschappij tot Nut van 't Algemeen, 3: 1
Auteur: Wenckebach, Willem; Matthes, C.J.
Uitgave: Leiden: D. Du Mortier & zoon, 1851
[S.l.]: C.A. Spin & zoon
Maatschappij tot Nut van 't Algemeen
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 670 A 9
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203451
Onderwerp: Natuurkunde: natuurkunde: algemeen
Trefwoord: Natuurkunde, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Handleiding tot de kennis der natuur: schoolboek
Vorige scan Volgende scanScanned page
— 12G --
Ions kende, hoeveel eene Lepaalde hoeveelheid lucht weegt
van de digtheid der ons omringende lucht, welke digtheid
de gelijktijdige stand des Larometers ons leert kennen. En
daaruit zou men dan terstond haar soortelijk gewigt kunnen
afleiden, of hoeveel de dampkringslucht ijler is dan wa-
ter. Maar ofschoon er altijd eenige, hoezeer verdunde,
lucht in den Lallon terugLlijft, zoo heeft die Lepaling toch
kunnen geschieden, daar men uit de drukking der verdunde
lucht vermag na te gaan, hoeveel er teruggehleven is, en
die hoeveelheid dus in rekening kon brengen. Men heeft
alzoo met voldoende naauwkeurigheid gevonden, dat i cub.
palm of Ned. kan gewone lucht bijna 1.3 wigtjes weegt, en
dat water dus 770 malen zwaarder is dan lucht. Dat za-
mengeperste of verdunde lucht, naar mate zij digter of ijler
is, meerder of minder gewigt heeft, is niet anders mogelijk,
als men althans het ontdekt verschil in gewigt bij den bal-
lon aan de ware oorzaak heeft toegeschreven, met ze voor
eene werking der zwaartekracht te houden. Opzettelijke
proeven hebben ten overvloede dit nader bevestigd. Neemt
men twee glazen bollen, die evenveel i/ihoud hehhen, 't geen
daaraan blijken kan, dat in beiden juist evenveel waler gaat,
maakt men den eenen zoo goed mogelijk luchtledig, en brengt
men hem in gemeenschap met den ander', die met gewone
lucht gevuld is, zoo verdeelt zich de lucht in beide bollen;
weegt men ze daarna beiden weder, zoo bevindt men, dat
de een zooveel aan gewigt verloren, als de andere gewonnen
heeft, en dat het gewigt van de lucht in eiken bol nu de
helft bedraagt van 't geen men vroeger in een' bol alleen had.
Hebben bijv. beide bollen 1 cub. palm binnenruimte, zoo
zal de bol, die eerst 1.3 wigtjes aan lucht bevatte, nu
slechts 0.05 wigtjes bevatten, en de andere, die te voren
luchtledig was gewogen, zal 0.G5 wigtjes zwaarder gewor-
den zijn. Vroeger zagen wij, dat, wanneer een bepaalde
hoeveelheid lucht zich in eene dubbele ruimte uitbreidt,
hare drukking tweemaal kleiner wordt; drukking en ge-
wigt nemen dus in dezelfde rede af; en zoo nemen zij ook
bij zamenpersing in dezelfde rede toe. Wanneer men in
een' bol zoo lang lucht inperst, dat hare spanning
tweemaal grooter geworden is, zoo bevindt men ook, dat