Boekgegevens
Titel: Handleiding tot de kennis der natuur: schoolboek
Serie: Werken der Maatschappij tot Nut van 't Algemeen, 3: 1
Auteur: Wenckebach, Willem; Matthes, C.J.
Uitgave: Leiden: D. Du Mortier & zoon, 1851
[S.l.]: C.A. Spin & zoon
Maatschappij tot Nut van 't Algemeen
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 670 A 9
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203451
Onderwerp: Natuurkunde: natuurkunde: algemeen
Trefwoord: Natuurkunde, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Handleiding tot de kennis der natuur: schoolboek
Vorige scan Volgende scanScanned page
— 124 —
van gelijke digtheid, dan behoefden wij maar eens voor al
le welen, mei hoeveel ellen verschil van boogie de eersle
slreep zinkens van den baromeler bijv. inslemde, en dat
is 11.5 ellen -, iedere streep zinkens meer gaf dan telkens
weêr even zooveel hooger te kennen. Daar nu evenwel
de luchtlagen als wij klimmen, al ijler en ijler worden, zoo
zal er ook al grooler kolom dan van H.5 el gevorderd wor-
den om een kwikkolommetje van 1 streep op te wegen. Men
zal dus de wet dienen in aanmerking te nemen, volgens
welke de digtheid der lucht vermindert, en dat maakt die
hooglebepallng omslagliger. Bovendien heeft men nog op
meer te letten, dat niet alles met volkomen zekerheid en
juistheid in rekening gebragt kan worden, waarom men
dan ook niet anders dan bij gebrek van beter hier tot den
barometer zijne toevlugt neemt, en de hoogten met be-
hulp daarvan opgenomen, nooit anders dan als ruwe bepa-
lingen mogen gelden, daar zij voor geen zeer groote juistheid
vatbaar zijn.
Wij zeiden verder, dat de baromelerhoogte gemiddeld
7G duimen bedraagt, dus dan eens iets meer, dan weder wat
minder. De dampkring drukt derhalve met een veranderlijk
vermogen.
Nu wij eenmaal met de inrigting des barometers
bekend geworden zijn, zullen wij naauwkeuriger
kunnen nagaan, hoe de spanning van besloten lucht
met de digtheid daarvan zamenhangt. Dat is onder-
zocht geworden, wederom door middel van een' hevel
met ongelijke armen, Fig. 40. De eene AE was
gesloten, overal even wijd en naauwkeurig in ge-
lijke deelen verdeeld. De andere arm FG was open
en ten minste 2| el lang, zoo niet langer. Nadat
gezorgd was geworden dat de buis, vooral de kor-
ter arm, niet dan drooge lucht bevatte, goot men
er voorzigtig en bij zeer weinig tegelijk zuiver kwik
in, vooreerst niet meer dan noodig om de ruimte A E af
te sluiten, die dus met eene zekere hoeveelheid drooge lucht
gevuld bleef, \ervolgens werd er nog meer kwik in den
langen arm gedaan, waarvan het gevolg was, dal het ook
voor een deel in den korteren arm opklom, bij lang na
Fig. 40.
G
iÉiliii