Boekgegevens
Titel: Handleiding tot de kennis der natuur: schoolboek
Serie: Werken der Maatschappij tot Nut van 't Algemeen, 3: 1
Auteur: Wenckebach, Willem; Matthes, C.J.
Uitgave: Leiden: D. Du Mortier & zoon, 1851
[S.l.]: C.A. Spin & zoon
Maatschappij tot Nut van 't Algemeen
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 670 A 9
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203451
Onderwerp: Natuurkunde: natuurkunde: algemeen
Trefwoord: Natuurkunde, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Handleiding tot de kennis der natuur: schoolboek
Vorige scan Volgende scanScanned page
— 121 —
Fig. 37.
EE', die even boven de klep n hel ponip-
ligchaam BB' verlaat. Voorts is aan het be-
nedeneinde der buis de klep b aangebragt,
in plaats dal zij aan den zuiger C zich be-
vindl, welke zuiger hier niet doorboord is.
Wordt nu die zuiger omhoog getrokken,
zoo wordt daardoor de lucht er onder ver-
dund , ten gevolge waarvan door de druk-
king der buitenlucht de klep b zich sluit en
de klep a zich opent, terwijl er voorts wa-
ter in de zuigpijp AA' opklimt. Door het
omlaag brengen van den zuiger wordt het waler, aanvanke-
lijk met eenige lucht in de voornoemde ruimte voorhan-
den, geperst-, maar hel kan nu niet door den zuiger zei ven
heen zich boven hem plaatsen, daar hij niet doorboord is.
De klep b wordt dus geopend en het water opgestuwd in
de buis EE'. Wordt de zuiger wijders op nieuws omhoog
gehaald, zoo kan dat opgestuwde water niet lerugloopen,
vermits de klep b zich weder sluit. Het is klaar, dal men
met zulke pompen waler hooger opvoeren kan dan met eene
enkele zuigpomp. Het oppersen toch van hel water is ge-
heel onafhankelijk van de drukking der damjikringslucht,
en is hel waler eenmaal opgezogen tol eene zekere bepaalde
hoogte, zoo heeft men 'l in zijne hand het verder zoo hoog
O}) te persen als men zelf begeert.
Zoodra men begon in te zien, dat de onmogelijkheid om
water enkel door zuiging hooger dan ruim 10 ellen op te
pompen, haren grond had in de drukking der dampkrings-
lucht, heeft men getracht de juiste hoogte der vloeistofko-
lom le bepalen , die er evenwigt mede maakte. Daartoe
nam men echter geen water, maar liever kwik, omdat dit
zoo heel veel zwaarder is dan waler — het soortelijk gewigt
bedraagt 1 3.59 — en alzoo reeds daarom alleen hier een aan-
merkelijk voordeel aanbiedt-, eene kwikkolom toch van bijv.
maar 80 duimen oefent dezelfde drukking uit als eene water-
kolom, die 13.59 maal zoo hoog is, dus die eene lengte heeft
van 10 el, 8 palm, 7 duim en 2 streep, en zoo kwam men op
het denkbeeld van den barometer, dien wij thans, wat de
hoofdinrigling betreft, willen beschrijven. Men vuile eene