Boekgegevens
Titel: Handleiding tot de kennis der natuur: schoolboek
Serie: Werken der Maatschappij tot Nut van 't Algemeen, 3: 1
Auteur: Wenckebach, Willem; Matthes, C.J.
Uitgave: Leiden: D. Du Mortier & zoon, 1851
[S.l.]: C.A. Spin & zoon
Maatschappij tot Nut van 't Algemeen
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 670 A 9
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203451
Onderwerp: Natuurkunde: natuurkunde: algemeen
Trefwoord: Natuurkunde, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Handleiding tot de kennis der natuur: schoolboek
Vorige scan Volgende scanScanned page
— '118 —
klep C. Terwijl derhalve de zamen geperste luclit in de bo-
venkamer, die door de drukking van liet gewigt P' steeds
zamengeperst blijft, voortgaat met door de pijp uit te
slroomen, is de gemeenschap tusschen de beide kamers
afgesloten, en wordt de onderkamer met buitenlucht op
nieuws aangevuld. Is de plank E E' zoo laag mogelijk ge-
daald, dan begint men weder te trekken-, de lucht in de
onderkamer wordt daardoor zamengeperst, sluit door zijne
meerdere drukking de klep C, en opent daarna, wanneer
zij digter geworden is dan de lucht die nog in de boven-
kamer aanwezig is, de klep D, en zoo zal zich de beschre-
vene werking herhalen.
Men zegt hier, dat de lucht door de opening C wordt
ingezogen. En inderdaad is het woord zuigen gepast-, want,
wij hebben het nagegaan, er gebeurt, als wij zuigen, het-
zelfde wat hier plaats heeft. Eene binnenruimte (de on-
derkamer bij den blaasbalg) wordt vergroot, de lucht daarin
verdund, en daardoor stroomt de digtere buitenlucht naar
binnen.
Wat het wezenlijke der inrigting betreft, heeft de pomp
Fig 36 groote overeenkomst met den blaas-
balg. Ook daar is opzuigen en uitpersen-, daar
^ ^ zijn ook ruimten, tijdelijk afgesloten door
I kleppen, die zich maar openen bij dnikking
in eene bepaalde rigting, daarentegen zich
sluiten, als de drukking in tegenovergestelde
rigting plaats vindt; het doel echter is daar
aanvoer van water, in stede van lucht.
De gewone pomp (Fig. 36) bestaat uit de
zuigpijp A A',en de pompbuis BB', verder
uit den zuiger C, die eene ronde opening
heeft c, en verbonden is aan de zuigerslang D, welke
met behulp van een' hefboom wordt opgetrokken-, einde-
lijk uit de kleppen a en b, die beiden zoo aangebragt
zijn, dat zij door drukking van boven naar beneden
sluiten. De zuiger moet digt tegen de wanden van de
pompbuis aandrukken en toch in de buis op en neder bewo-
gen kunnen worden. Om dit mogelijk te maken, wordt
hij gewoonlijk met stevig leder overtrokken, en de pomp-