Boekgegevens
Titel: Handleiding tot de kennis der natuur: schoolboek
Serie: Werken der Maatschappij tot Nut van 't Algemeen, 3: 1
Auteur: Wenckebach, Willem; Matthes, C.J.
Uitgave: Leiden: D. Du Mortier & zoon, 1851
[S.l.]: C.A. Spin & zoon
Maatschappij tot Nut van 't Algemeen
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 670 A 9
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203451
Onderwerp: Natuurkunde: natuurkunde: algemeen
Trefwoord: Natuurkunde, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Handleiding tot de kennis der natuur: schoolboek
Vorige scan Volgende scanScanned page
- H7
Fig. 35.
zullen wij alleen Leschrijven en verklaren-, 't zal dan geen
zwarigheid inheLhen, ook van den enkelen zich een juist be-
grip te maken. Hij bestaat, zie Fig. 35, uit twee ruimten of
kamers A en B; elke kamer
heeft van onderen (bij C
en D) eene ronde opening,
waarop eene lederen klep
aan de binnenzijde ligt; de
onderkamer is bij E' geslo-
ten-, de bovenkamer daaren-
tegen eindigt bij F' in eene
opene pijp F'G. Bij E hangt
een gewigt P aan de onderplank EE'; bij F is een tweede
gewigt P' op de bovenplank gezet. Aan E is voorts een
koord of keten bevestigd, die naar den eenen arm van
een' hefboom gaat, aan welks anderen arm, weêr met be-
hulp van een touw, bij het blazen getrokken wordt. Zien
wij nu wat er gebeurt, zoodra men daarmede een' aanvang
maakt. De plank E E' wordt zoo doende naar boven ge-
trokken , waardoor de ruimte der onderkamer A kleiner
wordt, en de lucht daarin grootere digtheid krijgt dan
de buitenlucht -, dus wordt hare drukking tegen de klep D
grooter dan die van de buitenlucht, welke door de pijp G F'
aan de bovenzijde daartegen werkt; de klep D opent zich
derhalve naar boven en de lucht stroomt in de bovenkamer
B en door de pijp F' G naar buiten in het vuur. Nu is deze
pijp zoo naauw, en de opening D zoo groot, dat er in de
kamer B meer instroomt, dan er in denzelfden tijd kan uit-
stroomen; de bovenkamer vult zich dus met digtere lucht,
en deze ligt de bovenplank met het gewigt P' op, omdat
zij sterker drukt dan de buitenlucht, die er van boven op
werkt. Is de plank EE' zoo hoog mogelijk opgetrokken,
en derhalve de lucht in de bovenkamer overgegaan, dan
Iaat men het touw los; nu wordt de onderplank door het
gewigt P naar beneden getrokken; de weinige lucht, die nog
in de onderkamer is, breidt zich derhalve weder in eene groo-
tere ruimte uit, drukt dus weldra minder dan de lucht in de
bovenkamer, waardoor vervolgens de klep D gesloten wordt,
ook minder dan de buitenlucht, en deze opent alzoo de