Boekgegevens
Titel: Handleiding tot de kennis der natuur: schoolboek
Serie: Werken der Maatschappij tot Nut van 't Algemeen, 3: 1
Auteur: Wenckebach, Willem; Matthes, C.J.
Uitgave: Leiden: D. Du Mortier & zoon, 1851
[S.l.]: C.A. Spin & zoon
Maatschappij tot Nut van 't Algemeen
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 670 A 9
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203451
Onderwerp: Natuurkunde: natuurkunde: algemeen
Trefwoord: Natuurkunde, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Handleiding tot de kennis der natuur: schoolboek
Vorige scan Volgende scanScanned page
115 —
gedompeld, waarin de vloeistof eene verschillende hoogte
heeft. Zonder dat nu het water in den hevel zich scheidt,
wordt het vocht van daar, waar 't het hoogst staat, schijn-
baar van zelf in het ander glas overgebragt, totdat het
vocht in beide glazen gelijke hoogte heeft verkregen. De
hevel toch stelt door zijn' inhoud beide watermassa's met
elkander in gemeenschap, zoodat zij als een geheel kunnen
worden aangemerkt. Het regtstandige laagje water bij E
ondervindt een drukking van den linker- naar den regter-
kant, gelijk aan de spanning der dampkringslucht, ver-
minderd met de drukking van een waterkolommetje, waar-
van de hoogte die is van E boven AB. Datzelfde regt-
standige laagje water bij E ondervindt een' tegendruk van
den i-egter- naar den linkerkant, gelijk aan de spanning der
dampkringslucht, verminderd met de drukking van een
waterkolommelje, hebbende tot hoogte die van E boven
GD. Het gevolg daarvan is blijkbaar, daar het water bij E
zich niet scheiden kan, dat, zoo lang CD lager onder E
ligt dan AB, het water door middel van den hevel van
het linker- naar het regtervat overgebragt wordt.
Om een' hevel aan den gang te helpen, zal men nog op
eene andere wijze kunnen te werk gaan dan wij hier be-
schreven. Men kan het eene uiteinde dompelen in het vat
dat men wil ledigen, en vervolgens aan het ander uiteinde
even zuigen, totdat het vocht, dat dan, gelijk wij weten, door
den druk des dampkrings in den hevel zal opklimmen, de
kromte bereikt heeft, alswanneer 't het ander been zal
uitvallen en blijven uitvallen, zoo lang maar deszelfs uit-
einde, of, bij indompeling in een tweede vat, de waterspiegel
van het vocht in dat vat beneden dien van het eerste vat
lilijft. Daar men bij dat zuigen aan het eene been des he-
vels, van het vocht in den mond krijgt, zoo men dezen niet
.spoedig genoeg verwijdert, en zulks, uit
hoofde van den aard van het vocht, dikwijls
hoogst gevaarlijk kan zijn, zoo loopt er, bij
de meest gebruikelijke hevels, uit het eene
been, dat iels langer is dan het ander, een
zijarm DE, zie Fig. 34. Men dompell het
uiteinde A in het vocht, houdt den vinger
8*