Boekgegevens
Titel: Handleiding tot de kennis der natuur: schoolboek
Serie: Werken der Maatschappij tot Nut van 't Algemeen, 3: 1
Auteur: Wenckebach, Willem; Matthes, C.J.
Uitgave: Leiden: D. Du Mortier & zoon, 1851
[S.l.]: C.A. Spin & zoon
Maatschappij tot Nut van 't Algemeen
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 670 A 9
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203451
Onderwerp: Natuurkunde: natuurkunde: algemeen
Trefwoord: Natuurkunde, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Handleiding tot de kennis der natuur: schoolboek
Vorige scan Volgende scanScanned page
— lU —
ïiielte in, en verwijderen vervolgens, terwijl wij de lippen
gesloten houden, de tong en het verhemelte van elkander,
in dier voege, dat de ruimte der pijp vermeerderd wordt
met de luchtledige ruimte, welke door die verwijdering
ontstaat; middelerwijl en ten gevolge daarvan hegeeft zich
een gedeelte der lucht, die in de pijp hesloten was, der-
waarts-, en terwijl dit nog gebeurt, sluiten wij die toege-
voegde ruimte weèr door de tong af — welke beweging wij
telkens herhalen. Daardoor, begrijpt men, moet de lucht
in de pijp noodzakelijk verdund worden. Is dat het geval,
dan oefent de vrije dampkringslucht eene overwegende druk-
king uit op de oppervlakte van het vocht, en stuwt er al
meer en meer van naar boven, totdat het eindelijk den
mond bereikt en nu^ verder wordt opgezogen. Nemen wij
de pijp van de lippen weg, dan zakt het vocht in de pijp
dadelijk te zelfder diepte als het daarbuiten in het glas staat;
immers dan heeft men binnen en buiten dezelfde spanning,
te weten die der vrije dampkringslucht.
Eene omgebogen glazen buis noemt men een' hevel, zoodra
die dienen moet om vocht van een vat in een ander over
te brengen , zonder dat men daartoe noodig hebbe het volle
vat op te nemen en uit te storten, zie Fig. 33. Om de
Fi". 33. werking van den hevel ons behoorlijk le
verklaren, hebben wij eerst hierop te let-
ten, dat, als men den hevel geheel met
water vult, elk einde met een' vinger sluit,
vervolgens den toestel omkeert, de geslo-
tene uiteinden onder water dompelt en dan
eerst de vingers wegneemt, het water den
hevel blijft vullen, ofschoon men zou denken, dat het aan
weerskanten moest wegvallen. Het water toch kan zich
niet scheiden in den iievel, als wij maar zorgen, dat hij
aanvankelijk geen lucht bevat. Waterdeelen bij E bijv.,
die naar het regtsche vat mogten vallen, zouden dan een
luchtledig veroorzaken, 't geen daarom niet tot stand kan
komen, dewijl de drukking der dampkringslucht op de op-
pervlakte water van het linksche vat ieder oogenblik gereed
staat zulk een luchtledig met water aan te vullen. In onze
figuur ziet men de beide uiteinden van den hevel in vaten