Boekgegevens
Titel: Handleiding tot de kennis der natuur: schoolboek
Serie: Werken der Maatschappij tot Nut van 't Algemeen, 3: 1
Auteur: Wenckebach, Willem; Matthes, C.J.
Uitgave: Leiden: D. Du Mortier & zoon, 1851
[S.l.]: C.A. Spin & zoon
Maatschappij tot Nut van 't Algemeen
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 670 A 9
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203451
Onderwerp: Natuurkunde: natuurkunde: algemeen
Trefwoord: Natuurkunde, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Handleiding tot de kennis der natuur: schoolboek
Vorige scan Volgende scanScanned page
113
Fig. 31.
uitoefent, als die geholpen moet worden door de zwaarte
van een koloïnmetje water, om evenwigt te maken.
Op dat Leginsel berust de zoogenaamde .steekhei>el of wijii-
kooperspomp 31), die dient om proefjes te ne-
men uit vaten wijn. Men steekt hem zoo diep mo-
gelijk in het vat, houdt er vervolgens den vinger
op en haalt hem er dan weêr uit. Voor een deel was
hij met wijn gevuld, voor een deel met lucht, welke
lucht tusschen de oppervlakte van het vocht, de
wanden van de huis en den vinger besloten was
^ en blijft. Bij het uithalen wordt nu de ruimte,
waarin de lucht zich bevindt, grooter. Deze luclit
zal derhalve geen evenwigt kunnen maken met de vrije
dampkringslucht, daar zij eene mindere spanning heeft.
Vandaar dan dat er eene vrij groote hoeveelheid wijn blijft
hangen, waarvan de drukking te zamen met de geringere
spanning der verdunde lucht opweegt tegen de drukking
der dampkringslucht. Als men den vinger even opligt en
alzoo den toegang verleent aan lucht van buiten, valt er wijn
uit den steekhevel, 't geen echter weldra weêr ophoudt,
zoodra de bovenste opening op nieuws gesloten wordt.
Sommige vogeldrinkglaasjes, enkele inktkokers en de
meest gebruikelijke studeerlampen kunnen het gezegde ins-
gelijks ophelderen. Fig. 32 stelt een vogeldrinkglaasje voor.
Fig. 32. Het is duidelijk uit de proef Fig. 27, dat er
geen water kan uitvallen zoo lang het geheel vol
is, maar ook dan zal dat niet gebeuren, als er
door het drinken van den vogel telkens lucht
in raakt, om de plaats van waler in te nemen.
Die lucht toch wordt terstond ijler dan de bui-
tenlucht, en hare spanning zal eerst te zamen met de
drukking der terugblijvende watermassa den druk der
dampkringslucht kunnen opwegen.
Een gelijksoortig opklimmen van vocht kan ook door
zuigen vei kregen worden. Als men eene pijp, die onJer
en boven open is, in water steekt en er aan zuigt, dan
ziet men terstond hel vocht in de pijp opklimmen. Doch
hoe komt dal, en wal doen wij eigenlijk als wij zuigen?
Wij vatten de opening der pijp tusschen tong en verhe-
8