Boekgegevens
Titel: Handleiding tot de kennis der natuur: schoolboek
Serie: Werken der Maatschappij tot Nut van 't Algemeen, 3: 1
Auteur: Wenckebach, Willem; Matthes, C.J.
Uitgave: Leiden: D. Du Mortier & zoon, 1851
[S.l.]: C.A. Spin & zoon
Maatschappij tot Nut van 't Algemeen
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 670 A 9
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203451
Onderwerp: Natuurkunde: natuurkunde: algemeen
Trefwoord: Natuurkunde, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Handleiding tot de kennis der natuur: schoolboek
Vorige scan Volgende scanScanned page
— '109 —
dat gedeelte der vrije lucht staat eene ongelijk veel aan-
zienlijker kolom lucht, die tot aan de grenzen van onzen
dampkring reikt. Deze, zou men zeggen, moest door hare
zwaarte, welke de geteekende pijltjes mogen aanduiden,
het evenwigt verstoren en het vocht binnen het glas op-
persen. Dat zou ook inderdaad gebeuren, bijaldien wij
hier met eene drupvormige en niet met eene veerkrachtige
vloeistof te doen hadden. Het is klaar, dat de drukking,
door de vrije lucht rondom hel glas op eene gelijke uitge-
strektheid water als de mond van dat glas bedekt, uitge-
oefend, kan en moet aangemerkt worden als die van het
gewigt der gansche kolom lucht, die er boven staat. Nu
is er evenwigt daartusschen en tusschen de drukking van
de binnen hel glas beslotene lucht op G D. Op de op-
pervlakte CD werkt derhalve genoemde ingeslotene lucht
met een veel grooter vermogen dan dat van haar eigen ge-
wigt, dal hier al zeer weinig zou bedragen. De reden daar-
van is enkel gelegen in de ongemeene veerkracht van de
lucht. Onderging de door de pijltjes aangewezen drukking
der zware luchlkolom boven E F vermindering, dan zou
de vrije lucht tusschen E F en A B zich uitzetten en ijler
worden. Dit toch is het eigenaardige van luchtsoorten of
veerkrachtige vloeistoffen, dat zij zich door onderlinge af-
stooting van de deeltjes, zoo daartoe maar gelegenheid be-
staat , over eene grootere ruimte verbreiden. Even vóór-
dal de rand van hel glas met de oppervlakte des waters in
aanraking kwam, verkeerde de lucht tusschen den bodem
van het glas en het vlak CD in geheel dezelfde omstan-
digheden als de vrije lucht rondom het glas beneden EF.
Die aanraking nu kan daarin geen verschil le weeg bren-
gen; en 't is dus zoo goed alsof er boven op de in 't
glas besloten lucht, ter plaatse waar zij in aanraking
is met den bodem van het glas, in stede van dien bodem,
eene kolom vrije lucht stond ter hoogte van den dampkring.
Het zal niet ondienstig zijn bij de hier vermelde ken-
merkende eigenschap der gassen of luchtsoorten, van zoo
mogelijk eene grootere ruimte in te nemen, nog een oogen-
blik le blijven stilstaan. Als men water uil een glas in
een ander glas wil overgieten, dan dient men het ledige