Boekgegevens
Titel: Handleiding tot de kennis der natuur: schoolboek
Serie: Werken der Maatschappij tot Nut van 't Algemeen, 3: 1
Auteur: Wenckebach, Willem; Matthes, C.J.
Uitgave: Leiden: D. Du Mortier & zoon, 1851
[S.l.]: C.A. Spin & zoon
Maatschappij tot Nut van 't Algemeen
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 670 A 9
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203451
Onderwerp: Natuurkunde: natuurkunde: algemeen
Trefwoord: Natuurkunde, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Handleiding tot de kennis der natuur: schoolboek
Vorige scan Volgende scanScanned page
- '108 -
drukking uitoefende, onbegrijpelijk zijn zou. Men dom-
pele eene flesch (Fig. 27) in water, zoodat zij vol loopt,
keere haar 't onderste boven en trekke ze
regt opwaarts, tot zulk eene hoogte, dat een
gedeelte van den hals nog onder water blijft.
Men ziet alsdan het water met de flesch mede
naar boven gaan, alsof het er aan bleef han-
gen. Men zou verwachten, dat het van binnen
___= tot gelijke hoogte als er buiten oprees, maar
niet hooger, vooral niet zooveel hooger, als men het ziet ge-
beuren, wanneer men in stede van eene flesch een veel groo-
ter glas of vat of eene zeer lange van boven geslotene buis
neemt -, dan toch blijkt het, dat men op die wijze water ette-
lijke ellen ligten en als hangende houden kan. Hier moet
dus eene opwaarts persende kracht aanwezig zijn, en die
vinden wij niet, ten zij wij aannemen, dat de bovenlucht op
hel oppervlak A B drukt, en even als eene waterkolom eene
opwaartsche persing veroorzaakt. Dat, wanneer de flesch
of hel glas er niet is, in weerwil van die drukking, hel
water toch niet boven A B opgeperst wordt, is daaraan toe
te schrijven, dat dan ook boven CD lucht is, die naar be-
neden drukt, welke drukking bij onze proef ontbreekt;
want de lucht boven de flesch drukt hier ook wel op den
bodem E, maar wordt juist door dien bodem belet, over
le gaan op hel water, dat daaronder is.
Als wij eene flesch of een glas (zie Fig. 28) niet vooraf
Fig. 28.

A C

onder water vullen, maar het terstond om-
keeren en geheel den rand der monding
C D langzaam en zacht in aanraking met
de de oppervlakte A B des waters brengen,
zonder het glas in te dompelen, dan
^ " = weet een ieder, dat hel water binnen
het glas niet hooger gaat staan dan daarbuiten, en dat
is schijnbaar in strijd met hetgeen wij van zwaarte en
drukking der zoowel vrije als ingeslotene lucht gezegd heb-
ben. De ingesloten lucht toch binnen hel glas boven CD
is blijkbaar niet verschillend in digtheid van de vrije lucht
boven AC en DB. Eene gelijke hoogte van die vrije lucht
zal dus even zwaar zijn als de ingeslotene. Maar boven