Boekgegevens
Titel: Handleiding tot de kennis der natuur: schoolboek
Serie: Werken der Maatschappij tot Nut van 't Algemeen, 3: 1
Auteur: Wenckebach, Willem; Matthes, C.J.
Uitgave: Leiden: D. Du Mortier & zoon, 1851
[S.l.]: C.A. Spin & zoon
Maatschappij tot Nut van 't Algemeen
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 670 A 9
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203451
Onderwerp: Natuurkunde: natuurkunde: algemeen
Trefwoord: Natuurkunde, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Handleiding tot de kennis der natuur: schoolboek
Vorige scan Volgende scanScanned page
— 107 —
en legge er een sUik papier op, 't geen over Jen rand iels
uilsleekt; neemt men liet vervolgens in de eene hand, ter-
wijl men de andere hand op het papier doet rusten, keert
men dan het glas met eene snelle beweging 't onderste bo-
ven , en verwijdert men eindelijk de hand zachtjes van 't
papier, dan zal men zien, dat het water niet uit het glas
naar beneden valt, maar daarin blijft, even alsof het pa-
pier aan den rand vastgeraakt ware. Men overtuigt zicli
iniusschen gemakkelijk, dat dit het geval niet is, daar men
het papier zijdelings zeer gemakkelijk kan wegtrekken. liet
is ook zeker, dat het water in 't glas het papier naar bene-
den drukt-, maar waarom valt het dan niet? Daarvoor kan
geene andere reden beslaan, dan dat de lucht van onderen
tegen het papier eene legendrukking uitoefent, die grooter
is dan die van het water.
Meer andere verschijnselen leiden tot hetzelfde besluit.
Men neme een buis, die onder en boven open is, en wel-
ker bovenopening naauw genoeg is om , door den vinger
er op te houden, gesloten te kunnen worden, een' pijpe-
steel bijv.; men dompele die geheel in een kan of emmer
met water, en men zal zien, dat de buis volloopt. Vervolgens
sluite men onder water de boven-opening met den vinger,
en hale daarna de buis geheel uit het vocht, en men zal waar-
nemen, dat het vocht niet uit de onderste opening loopt,
zoo die niet al te wijd is, maar in de Luis blijft han-
gen. Het niet uitloopen van het zware vocht kan hier
aan niets anders worden toegeschreven, dan aan eene druk-
king, die het vocht tegenhoudt, en dat is de drukking der
omringende lucht. Immers deze verklaring wordt beves-
tigd door 't geen er gebeurt, als men den vinger van bo-
ven wegneemt-, het vocht valt dan dadelijk uit de buis. Wèl
is er ook boven de buis lucht, die insgelijks drukt, maar
zoo lang de vinger er nog is, drukt zij alleen op dezen-,
is de vinger daarentegen weggenomen, dan drukt die lucht
van boven op het vocht in de buis, en deze drukking,
gevoegd bij die van het zware vocht zelf, overwint dan de
opwaartsclie drukking van de onderste lucht, zoodal het
vocht vah.
Ziehier nog een verschijnsel, dat, indien de lucht geen