Boekgegevens
Titel: Handleiding tot de kennis der natuur: schoolboek
Serie: Werken der Maatschappij tot Nut van 't Algemeen, 3: 1
Auteur: Wenckebach, Willem; Matthes, C.J.
Uitgave: Leiden: D. Du Mortier & zoon, 1851
[S.l.]: C.A. Spin & zoon
Maatschappij tot Nut van 't Algemeen
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 670 A 9
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203451
Onderwerp: Natuurkunde: natuurkunde: algemeen
Trefwoord: Natuurkunde, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Handleiding tot de kennis der natuur: schoolboek
Vorige scan Volgende scanScanned page
Ei
— '105 —
als wij die hoogten meten, genomen van het
gemeenschappelijk grondvlak af, dat uit een
zelfde vocht bestaat en waarop beide vloei-
stof-kolommen rusten. Dat is hier bijv. het
p-D waterpasse vlak CD, 't geen water begrenst dat
in het liggende deel der buis, en ook min of
meer in beide beenen, zich bevindt. Op dat watervlak staat
nu in den linkschen arm wederom water, waarvan de hoogte
wordt aangegeven door AC, in den regtschen arm daarentegen
olie ter hoogte van BD. Bedraagt alzoo de hoogte AC van 't
water 4 palmen of duimen, dan bevat de hoogte BD der olie
4.35 palmen of duimen. Deze getallen nu staan juist tot
elkander als de soortelijke gewigten van olie en water.
Wij zien dus, dat het ligter vocht juist zooveel hooger
slaat, naar mate het ligter is, of, anders gezegd, dat de
hoogten omgekeerd evenredig zijn aan de soortelijke ge-
wigten. Herhalen wij de proef met andere vochten, dan
komen wij tot dezelfde uitkomst, en het blijkt, dat wij
een' regel gevonden hebben niet alleen voor olie en water,
maar voor vochten in 't algemeen. Uit het voorafgegane
laat zich die regel gereedelijk verklaren. De beide vochten
namelijk drukken tegen elkander in E: het water naar bo-
ven tegen de olie, de olie naar beneden op het water, en
die drukkingen moeten juist even groot zijn, als het geheel
in rust zal blijven. De opwaartsche persing in E is (bl. 94)
juist zoo groot als de drukking van eene kolom water van
gelijke hoogte als AC-, hieraan moet de drukking der olie-
kolom dus gelijk zijn. Daar nu beide vloeistoffen niet even
zwaar zijn, is het duidelijk, dat de hoogte B D van de olie
grooter zijn moet dan die van 't water, en juist in dezelfde
mate, als olie ligter is dan water.
X.
Drukking van lucht.
Wij hebben gezien, dat vaste ligchamen en vochten zwaar
zijn, dat zij dien ten gevolge drukking uitoefenen, en, wan-
neer zij niet ondersteund worden, naar beneden vallen. Be-
halve vaste ligchamen en vochten bestaat er nog eene derde