Boekgegevens
Titel: Handleiding tot de kennis der natuur: schoolboek
Serie: Werken der Maatschappij tot Nut van 't Algemeen, 3: 1
Auteur: Wenckebach, Willem; Matthes, C.J.
Uitgave: Leiden: D. Du Mortier & zoon, 1851
[S.l.]: C.A. Spin & zoon
Maatschappij tot Nut van 't Algemeen
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 670 A 9
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203451
Onderwerp: Natuurkunde: natuurkunde: algemeen
Trefwoord: Natuurkunde, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Handleiding tot de kennis der natuur: schoolboek
Vorige scan Volgende scanScanned page
— 102 —
zijn dan waterj zinken daarin, wanneer zij geen Leweging
maken, naar Leneden-, hun Loven water blijven steunt
dus niet op liet soortelijk ligter zijn, maar op de bewe-
gingen die zij maken.
IX.
Waterpas.
Eene ^andere bekende eigenschap van alle vochten is
deze, dat zij, lot rust gekomen, een effen oppervlak ver-
toonen. Op het oppervlak van eene rivier, die stroomt,
zien wij dikwijls oneffenheden; de zee vertoont ons meest
altijd grootere of kleinere golven; maar het stilstaand wa-
ter van een' vijver of sloot heeft, wanneer er geen wind is,
een geheel effen oppervlak, dat wij gewoon zijn te verge-
lijken met dat van een' spiegel. Wij noemen dat opper-
vlak dikwerf den waterspiegel, en het heeft ook dezelfde
eigenschap van een' spiegel, van ons namelijk de beelden
terug te kaatsen van voorwerpen, die zich daarboven be-
vinden. Ook in 't klein zien wij deze eigenschap dage-
lijks, Een emmer of kan met water gevuld, eene flesch,
waarin bier, wijn, olie of azijn is, leveren ons hetzelfde
effen oppervlak. Brengen wij het vocht in beweging en
maken wij dus opzettelijk het oppervlak oneffen, dan zien
wij, zoodra het vocht weder tot rust gekomen is, ook het
platte vlak op nieuws hersteld; het vocht wordt, ge-
lijk men zegt, van zelf weder effen. Maar Avelke is nu
de kracht, die dit verschijnsel voortbrengt? of waarom
neemt een vocht altijd zulk een effen oppervlak aan? Het
antwoord hierop moet weder gevonden worden, door dien
effen' stand naauwkeuriger te onderzoeken.
Wanneer men
Fig.
/
"N

D
O S

eene loodlijn A B
in het vocht
hangt, zie Fig.
zal men waar-
nemen , dat de
rigting A E der
loodlijn naar alle
M