Boekgegevens
Titel: Handleiding tot de kennis der natuur: schoolboek
Serie: Werken der Maatschappij tot Nut van 't Algemeen, 3: 1
Auteur: Wenckebach, Willem; Matthes, C.J.
Uitgave: Leiden: D. Du Mortier & zoon, 1851
[S.l.]: C.A. Spin & zoon
Maatschappij tot Nut van 't Algemeen
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 670 A 9
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203451
Onderwerp: Natuurkunde: natuurkunde: algemeen
Trefwoord: Natuurkunde, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Handleiding tot de kennis der natuur: schoolboek
Vorige scan Volgende scanScanned page
— 100 —
maar niet voortdurend-, wèl zien wij het tot boven het water
uitkomen, maar niet geheel, en tocli — het wordt niet
gestuit door een vast ligchaam, dat het hooger opstijgen
belet. Wij zien het tot rust komen in een' stand, waarbij
het gedeeltelijk in 't water gedompeld blijft, gedeeltelijk er
boven uitsteekt, welken stand het evenzeer aanneemt als het
op 't water losgelaten wordt-, het zinkt dan juist tot dezelf-
de diepte in. De reden daarvan is, dat het alsdan in 't
geval verkeert, waarbij een ligchaam, onder de inwerking
van krachten, in rust kan komen, vermits de elkander be-
strijdende krachten even groot zijn geworden. Toen het
ligchaam geheel ondergedompeld was, was zijn gewigt
kleiner dan de opwaartsche drukking van 't vocht, die het
deed rijzen-, maar nu het Loven 't water uitsteekt, ver-
plaatst het minder vocht-, de opwaartsche drukking, die
aan het gewigt van dat vocht gelijk is, wordt dus al kleiner,
hoe meer het ligchaam uit het water uitsteekt, terwijl het
gewigt van 't ligchaam hetzelfde blijft. Op een zeker oogen-
blik derhalve zal de opstuwing gelijk aan het vallen moeten
worden, in welken stand er evenwigt is tusschen de twee
tegenovergestelde krachten, en het ligchaam komt in rust.
Dit zagen wij reeds bij de proef met den houten koker,
bl. 90-, en niet alleen voor dezen, maar in 't algemeen
voor alle op het water stil liggende ligchamen is het waar,
dat zij juist in dien stand zich plaatsen, waarin hun ge-
wigt gelijk is aan de opwaartsche persing, en dus aan 't
gewigt van het verplaatste vocht. Hoe zwaarder zij bij gevolg
zijn, des te meer vocht moeten zij verplaatsen, eer zij in
evenwigt zijn; des te dieper zinken zij in. Hout, dat
half zoo zwaar als water is, zoo als droog greenenhout, zal
dus ter helft in water inzinken; hout, welks soortelijk ge-
wigt ^ van water is, zoo als eiken-, zal slechts | boven het
water uitsteken; kurk daarentegen, dat maar i van water
weegt, zinkt in 't water J in, en | blijven er dus boven
uitsteken.
Legt men hetzelfde ligchaam achtervolgens in verschillen-
de vochten, dan zal het in elk vocht zoo diep inzinken, dat
het verplaatste vocht evenveel weegt als 't ligchaam; weegt
het 4 pond, dan verplaatst het 4 cub. palmen waters, die