Boekgegevens
Titel: Handleiding tot de kennis der natuur: schoolboek
Serie: Werken der Maatschappij tot Nut van 't Algemeen, 3: 1
Auteur: Wenckebach, Willem; Matthes, C.J.
Uitgave: Leiden: D. Du Mortier & zoon, 1851
[S.l.]: C.A. Spin & zoon
Maatschappij tot Nut van 't Algemeen
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 670 A 9
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203451
Onderwerp: Natuurkunde: natuurkunde: algemeen
Trefwoord: Natuurkunde, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Handleiding tot de kennis der natuur: schoolboek
Vorige scan Volgende scanScanned page
— «G -
Fig. 19. in, (lal hij juisl 1 palm diep inzinkt, dan
bevindt men, dat zijn gewigt, met dat van
het zand zamengenomen, 1 pond bedraagt.
De koker nu verdringt juist 1 cub. palm
' water, waarvan het gewigt ook A pond is.
Vult men den bak verder, totdat hij bijv.
2 of 3 palmen diep het water inzinkt, en
weegt men hem op nieuws, dan blijkt het,
dal hij nu 2 of 3 pond weegt, terwijl hij juist even zoo
vele cub. palmen of ponden waters verdrong; en deze ge-
lijkheid zal blijken ook bij elke andere vulling le blijven
beslaan. Daar nu de drukking van den koker naar bene-
den, d. i. zijne zwaarte, in evenwigt is met de opwaartsche
persing, is deze even groot, en dus gelijk aan het gewigt
van de waterkolom, die boven het grondvlak BB' zou staan,
indien zij door het ligchaam niet verdrongen ware.
VIII.
Drijven en zinken.
De proeven, die wij vermeld hebben, kunnen ons een
juist denkbeeld geven van 't geen er plaats vindt met een
ligchaam, dat in een vocht ondergedompeld is (zie Fig. 20).
Fig 20 Daarop werken drie krachten: vooreerst
de zwaarte van het ondergedompelde lig-
chaam zelf, die het naar beneden trekt;
ten tweede de drukking van de vochtko-
lom AB, die boven het ligchaam staat,
ook naar beneden werkt, en zich dus
met zijn gewigt vereenigt, om het te
doen nederdalen; ten derde de op-
waartsche persing, die door het vocht tegen het onder-
vlak van het ligchaam uitgeoefend wordt, en die het tracht
naar boven te bewegen. Of deze voorstelling juisl is, kun-
nen wij onderzoeken door na te gaan, wat er uit voort-
vloeit, en deze gevolgtrekking aan proeven te toetsen. Wij
zagen, dat de neérwaartsche drukking van het boven vocht
juist gelijk is aan het gewigt der vochlkolom A B, dal de
opwaartsche drukking daarentegen gelijk is-aan het gewigt