Boekgegevens
Titel: Handleiding tot de kennis der natuur: schoolboek
Serie: Werken der Maatschappij tot Nut van 't Algemeen, 3: 1
Auteur: Wenckebach, Willem; Matthes, C.J.
Uitgave: Leiden: D. Du Mortier & zoon, 1851
[S.l.]: C.A. Spin & zoon
Maatschappij tot Nut van 't Algemeen
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 670 A 9
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203451
Onderwerp: Natuurkunde: natuurkunde: algemeen
Trefwoord: Natuurkunde, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Handleiding tot de kennis der natuur: schoolboek
Vorige scan Volgende scanScanned page
— 93 —
immers waler en even zoo andere vochten vertoonen zich
nooit als hoopen.
Het is die zijdelingsche drukking van water, welke dikwerf
het doorbreken van dammen veroorzaakt, waartegen aan de
eene zijde water staat, en aan de andere zijde niet.
Vocbten oefenen ook eene opwaartscbe persing uit, eene
drukking naar boven; en ziedaar een tweede verschil met
vaste ligchamen. Als men een stuk hout, dat niet van
de digtste soort is, van eene hoogte in water laat vallen,
ziet men het daarin tot eene zekere diepte nederdalen,
maar niet tot op den bodem komen. Weldra toch houdt
het nederdalen op; het stuk hout rijst weer tot aan de opper-
vlakte, en komt eindelijk in zoodanigen stand tot rust, dat
het gedeeltelijk boven het water uitsteekt, gedeeltelijk daar-
in gedompeld blijft. Het omlaag gaan van het stuk hout
is een gevolg van zijne zwaarte; maar waarom gaat het hout
niet, even als in de lucht, voort met vallen, totdat het op
den grond van het water is gekomen? Waarom volgt op
dat vallen weder een naar boven komen? Indien het niet
in water, maar in de lucht viel, zou dit niet gebeuren. De
reden daarvan is bij het water te zoeken, dat eene kracht op
het stuk hout moet uitoefenen, die van onderen naar boven
werkt. Wij nemen dit niet enkel waar aan hout, maar bij
al zulke ligchamen, die soortelijk ligter zijn dan water, gelijk
puimsteen, ijs, houtskool, ligte turf; ook aan ligtere vloei-
stoffen, als olie, terpentijn, sommige wijnsoorten. Met stof-
fen daarentegen, die soortelijk zwaarder zijn dan water, is hel
anders gelegen; een steen komt niet weder van zeiven naar
boven; een stuk glas of ijzer evenmin. En dat het al of
niet naar boven komen alleen daarvan afhangt, of het val-
lende ligchaam soortelijk zwaarder of ligter is dan het vocht,
en niet van den aard van het vocht, blijkt, als wij twee
verschillende vloeistoffen nemen, olie en water bijv., waar-
van de eene ligter, de andere zwaarder is dan het ligchaam,
dat wij er in laten vallen.
Tot hier toe is nog onbeslist gebleven, of het water op
de ligchamen, die zwaarder dan water zijn, insgelijks eene
opwaartsche persing uitoefent; want eene zoodanige persing
zou -aanwezig kunnen zijn, zonder vermogen genoeg te be-