Boekgegevens
Titel: Handleiding tot de kennis der natuur: schoolboek
Serie: Werken der Maatschappij tot Nut van 't Algemeen, 3: 1
Auteur: Wenckebach, Willem; Matthes, C.J.
Uitgave: Leiden: D. Du Mortier & zoon, 1851
[S.l.]: C.A. Spin & zoon
Maatschappij tot Nut van 't Algemeen
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 670 A 9
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203451
Onderwerp: Natuurkunde: natuurkunde: algemeen
Trefwoord: Natuurkunde, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Handleiding tot de kennis der natuur: schoolboek
Vorige scan Volgende scanScanned page
— 92 —
weggedrukt worden, en willen wij dat wegdrukken belet-
ten, dan zullen wij het met eene zekere kracht tegen den
rand CC' moeten aandrukken. Die toestel leert ons ver-
der, dat de zijdrukking des te grooter wordt, naar mate
de buis tot eene grootere boogte met water gevuld wordt,
en men kan gemakkelijk aantoonen, dat als de kolom A B
twee- of driemaal hooger is, de zijdrukking ook juist twee-
of driemaal grooter zal wezen.
Dat zijdelings drukken van vochten is een gevolg van
het niet aan elkander vastzitten der vochtdeelen. Want
neem in den winter een' vierkanten bak met water gevuld,
zet dien bak in de buitenlucht, en laat het water daarin
tot een' klomp ijs bevriezen, met andere woorden, in een
vast ligchaam veranderen, dan zal men geen zijdelingsche
drukking meer waarnemen; men kan dan in de zijwanden
openingen maken, ja ze geheel wegnemen, als niet noodig
tot ondersteuning van den ijsklomp. Omgekeerd, wanneer
wij een vast ligchaam in eene menigte kleine deelen ver-
deelen, die niet aan elkander verbonden zijn, zullen deze
ook zijdelingsche drukking uitoefenen. Dit is bijv. het ge-
val met droog zand, waarmede wij een' bak vullen; den-
ken wij ons daar ook de zijwanden weggenomen, dan is
het bekend , dat het zand niet zal blijven staan, maar dat
het onderste gedeelte zijdelings zal uitwijken; dat het zand
ineen zal zakken, zich naar de zijden uitbreiden en een'
hoop met hellende grensvlakken zal vormen. Meer in
het groot nog kunnen wij het water vergelijken met een'
opgestapelden hoop kogels, waarvan ook de bovenste niet
alleen regt naar beneden op de onderste drukken, maar
deze ook zijdelings doen uitwijken, als zij door geene zij-
wanden daarin verhinderd worden, en als tevens de bodem,
waarop zij liggen, effen genoeg is, om niet door wrijving
dat uitwijken te beletten.
Er is intusschen een wezenlijk verschil tusschen water en
droog zand. Want het laatste zal wel, als het zijdelings
niet gesteund wordt, ineen zakken en zich uitbreiden, maar
toch meestal een hoop blijven, met schuins afloopende zij-
vlakken , terwijl water, in dat geval, geheel uiteenloopt en
de bovenoppervlakte eindigt met geheel effen le worden;