Boekgegevens
Titel: Handleiding tot de kennis der natuur: schoolboek
Serie: Werken der Maatschappij tot Nut van 't Algemeen, 3: 1
Auteur: Wenckebach, Willem; Matthes, C.J.
Uitgave: Leiden: D. Du Mortier & zoon, 1851
[S.l.]: C.A. Spin & zoon
Maatschappij tot Nut van 't Algemeen
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 670 A 9
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203451
Onderwerp: Natuurkunde: natuurkunde: algemeen
Trefwoord: Natuurkunde, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Handleiding tot de kennis der natuur: schoolboek
Vorige scan Volgende scanScanned page
— 88 —
Ook aan de afstanden van de punten A en B tot aan G geeft
men eigennamen, en noemt ze hefbooms-arnien. Een hef-
boom wordt derhalve met des te meer voordeel gebruikt, naar
mate de hefbooms-arm A G, aan welken de kracht werkt,
langer, en de hefbooms-arm van den last, BG, korter is. De
hefboom zelf draait onder het bezigen daarvan om het steun-
punt in de rondte, en dit blijft op zijne plaats. De reden
waarom men aldus met een' hefboom onder 't aanwenden
eener kleine kracht een groot gewigt kan opbeuren, is deze:
de last die in B op den hoom drukt, wordt voor een deel
gedragen door de kracht die in A werkt, maar voor een
ander deel door den grond, die den boom in G ondersteunt.
De last verdeelt zich over de punten A en G, en wel, even
zoo als wij vroeger zagen, in rede van de afstanden van B
tot Gen van B tot A; is dus de lengte van de spaak AG 2 el,
de afstand BG 1 palm, en dus de afstand AB 19 palm, dan
wordt van den last gedragen door het steunpunt, en
maar ^ door de kracht, die in het punt A werkt. Een
last van 1000 pond zal dus in A slechts drukken met een
vermogen van ^ van 1000 of 50 pond, en derhalve zal eene
tegendrukking van 50 pond voldoende zijn, om den hef-
boom in den stand, waarin hij in Fig. 14 afgebeeld is, in
rust te houden, en bij het aanwenden van elke kracht, die
grooter is dan 50 pond, zal de hefboom en de daarop druk-
kende last in beweging geraken.
Bij de handspaak ligt het steunpunt aan het eene uiteinde
van den hefboom, en het krachtpunt aan het andere, de
last werkt tusschen deze beide punten. Dit is niet bij alle
hef boomen het geval; bij sommige is het steunpunt gele-
gen tusschen de beide andere, bijv. bij de hefboomen die
dienen om het water op te halen, gelijk de zwengel onzer
huispompen, en van die putten, welke te diep-zijn om het wa-
ter er uit le kunnen scheppen. Tot die soort kan ook de
unster, Fig. 4, gerekend worden te behooren, waar de last,
die gewogen moet worden, opgeheven wordt door de wer-
king van eene kleine kracht, te weten van het gewigtje
dat aan den längeren arm wordt opgehangen; ook hier is de
beweging van den last door een ligter gewigt alleen daarom
mogelijk, omdat er nog eene derde kracht medewerkt, de