Boekgegevens
Titel: Handleiding tot de kennis der natuur: schoolboek
Serie: Werken der Maatschappij tot Nut van 't Algemeen, 3: 1
Auteur: Wenckebach, Willem; Matthes, C.J.
Uitgave: Leiden: D. Du Mortier & zoon, 1851
[S.l.]: C.A. Spin & zoon
Maatschappij tot Nut van 't Algemeen
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 670 A 9
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203451
Onderwerp: Natuurkunde: natuurkunde: algemeen
Trefwoord: Natuurkunde, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Handleiding tot de kennis der natuur: schoolboek
Vorige scan Volgende scanScanned page
- 87 -
slreeks onmogelijk zou kunnen opbeuren, en wij weten,
dat het ophijschen van zoo groote lasten hem daarom alleen
mogelijk is, omdat hij daartoe zekere toestellen gebruikt,
bekend onder de namen van katrol, takel of windas. Bij
het doen van herstellingen aan huizen gebeurt het dikwerf,
dat eene geheele verdieping niet alleen ondersteund wordt,
maar zelfs door eenige weinige mannen wordt opgevijzeld
met behulp van eene zoogenaamde dommekracht, door
welke een man eene kracht kan uitoefenen, die gelijkstaat
met de gezamenlijke kracht van 10 of meer mannen.
Van alle toestellen, die tot dergelijk doel dienen, is de
eenvoudigste een enkele stok of boom, die naar de ver-
schillende omstandigheden, waaronder hij gebezigd wordt,
verschillende namen draagt. In 't algemeen noemt men
hem, omdat hij dikwijls bestemd is om op te beuren of
op te heffen, een' hefboom. VVil men een zwaar lig-
chaam, bijv. een' zwaren steen, voortbewegen, dan steekt
men het eene uiteinde van een' houten boom, dien men
handspaak noemt, er onder, en men duwt het andere einde
van die spaak naar boven. Op deze wijze gelukt het, den
steen aan de eene zijde op le ligten, hem te doen omkan-
telen, en zoo doende voorwaarts te brengen. Hierbij valt
op te merken, vooreerst dat het noodig is, dat het ander
einde van de spaak steun vindt op den grond of tegen een
vaststaand ligchaam -, want zoodra die steun ontbreekt, kun-
nen wij met de spaak geene kracht uitoefenen. Ten andere
leert de ondervinding, dat men op deze wijze een des te
grooter last in beweging kan brengen, naar mate het uit-
einde, waarop de kracht van den man werkt, verder ver-
wijderd is van dat steunpunt, en naar mate het punt,
waar de spaak tegen den last werkt, digter bij het steun-
F'g- punt is, d. i. in Fig. 14: de spaak
wordt met des te meer voordeel ge-
bruikt, naar mate de afstand AC
langer, en de afstand B C korter is
Drie zoodanige punten, A, B, C, ko-
men bij 't gebruik van een' hefboom
altijd voor, en zij dragen daarom bijzondere namen, te we-
len: het steunpunt (C), het lastpunt (B)enhetkrachtpunt(A),