Boekgegevens
Titel: Handleiding tot de kennis der natuur: schoolboek
Serie: Werken der Maatschappij tot Nut van 't Algemeen, 3: 1
Auteur: Wenckebach, Willem; Matthes, C.J.
Uitgave: Leiden: D. Du Mortier & zoon, 1851
[S.l.]: C.A. Spin & zoon
Maatschappij tot Nut van 't Algemeen
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 670 A 9
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203451
Onderwerp: Natuurkunde: natuurkunde: algemeen
Trefwoord: Natuurkunde, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Handleiding tot de kennis der natuur: schoolboek
Vorige scan Volgende scanScanned page
— 85 —
Fig. 12.

Wordt namelijk een ligchaam los op den grond gezet,
en laten wij uil het zwaartepunt eene loodlijn naar beneden
vallen, dan blijft het ligchaam staan, als die loodlijn den
grond binnen hel grondvlak treft-, het valt daarentegen om,
Fig- 11- als de loodlijn buiten het grondvlak
valt. Fig. 11 maakt dit duidelijk. De
rol A zal blijven staan, de rol B daar-
entegen zal kantelen. Om dien regel
toe te passen op een ligchaam, dat op
3 of meer poolen staat, moeten wij als
grondvlak van dal ligchaam de figuur
nemen, die ontstaat wanneer wij de
pooten door regie lijnen met elkander
vereenigen. ABC is het grondvlak
waarop de tafel (Fig. 12) rust.
Stellen (Fig. 13) AB en CD de voet-
zolen van een' mensch voor, dan is
ABCD het grondvlak waarop zijn lig-
chaam steunt.
Van de juistheid van den regel op het vaststaan van
een ligchaam kunnen wij ons best aan ons eigen ligchaam
overtuigen. Het zwaartepunt van een' mensch ligt midden
in den onderbuik. Zoo lang nu de loodlijn, uit dat zwaar-
tepunt nederdalende, binnen de ruimte ABCD (Fig. 13)
Fig. 13. valt, kan een mensch blijven staan. Wèl
kunnen wij dat zwaartepunt een weinig ver-
plaatsen door ons voor- of achterover, over
"ö de eene of andere zijde te bewegen; maar
die bewegmgen mogen zich niet te ver uitstrekken, of wij
zouden omvallen. Moet bij een' zekeren arbeid een gedeelte
van het ligchaam naar eene zijde ver overgebragt worden,
dan dienen wij, om hel zwaartepunt naar dien kant niet
buiten het grondvlak te brengen, tegelijk een ander lig-
chaanisdeel naar den tegenovergestelden kant uit te strekken.
Wij doen dit dagelijks, zonder ons zeiven de reden bewust
te zijn waarom wij dergelijke bewegingen maken-, maar wie
op zijne eigen bewegingen acht geeft bij hel gaan zitten en
opstaan, bij het loopen en te paard rijden, zal de noodzakelijk-
heid van die bewegingen uit het gezegde omtrent het zwaar-