Boekgegevens
Titel: Handleiding tot de kennis der natuur: schoolboek
Serie: Werken der Maatschappij tot Nut van 't Algemeen, 3: 1
Auteur: Wenckebach, Willem; Matthes, C.J.
Uitgave: Leiden: D. Du Mortier & zoon, 1851
[S.l.]: C.A. Spin & zoon
Maatschappij tot Nut van 't Algemeen
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 670 A 9
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203451
Onderwerp: Natuurkunde: natuurkunde: algemeen
Trefwoord: Natuurkunde, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Handleiding tot de kennis der natuur: schoolboek
Vorige scan Volgende scanScanned page
— 81 —
de stof, welker soortelijk gewigt men kennen wil, eene cub.
palm vervaardigen, en deze wegen. Volgens het gezegde
is dan het gewigt, inNed. ponden uitgedrukt, ook het getal
dat het soortelijk gewigt aanduidt. In plaats van eene cub.
palm kan men er ook een' cub. duim van maken, dezen
wegen en met het gewigt van een' cub. duim water, 't welk
juist een wigtje bedraagt, vergelijken. Bij deze proef zal
het gevonden gewigt van het ligchaam, als het niet in
ponden, maar in wigtjes wordt uitgedrukt, weder gelijk zijn
aan het gevraagde soortelijk gewigt. Doch van deze een-
voudige manier moet men veelal afzien, zoodra men na-
melijk het ligchaam, welks soortelijk gewigt men verlangt
te kennen, niet mag doorsnijden, om er een' palms- of
duims-teerling van te maken. Evenmin kan men een' cu-
bus maken van eene stof, die niet zamenhangt, van zand
bijv. of van vochten. Hoe men in het eerste geval het
soortelijk gewigt bepaalt, zullen wij later zien-, in het laatste
gebruikt men daartoe een fleschje, dat men eerst ledig,
daarna met de te onderzoeken stof, en eindelijk met water
gevuld, weegt. Trekt men voorts het gewigt van het ledige
fleschje van de beide andere gevonden gewigten af, dan
zijn de verkregen verschillen de gewigten van de hoeveel-
heden stof en water, die beiden juist evenveel ruimte inna-
men ; beiden toch vulden hetzelfde fleschje. Deelt men dus
de eerste door de tvyeede, zoo heeft men het soortelijk
gewigt. Bijv.:
Het fleschje weegt ledig...............123 wigtjes.
n // II gevuld met droog zand.347 u
H u u vol zuiver water......239 n
dus, gewigt van het zand alleen. .347—123 of 224 //
// n // // water u____239—123 of 116 u
derhalve, soortelijk gewigt van het zand = ff^ of 1.93.
Een cub. palm van dat zand weegt bij gevolg 1 pond ,
9 oneen en 3 looden.
Op die manier zal men vinden, dat zuivere koemelk ^^
zwaarder is dan water, of een soortelijk gewigt heeft van
1.03-, dat zout water zwaarder is dan zoet water, enz.