Boekgegevens
Titel: Kort begrip der algemeene geschiedenis, of Inleiding tot dezelve
Auteur: Curas, Hilmar; Schröckh, Johann Matthias
Uitgave: Leyden [etc.]: Du Mortier [etc.], 1811-1814
2e dr; 1e Nederlandse uitg. 1799-1802
Opmerking: Vert. van: Einleitung zur Universalhistorie zum Gebrauch bey dem ersten Unterrichte der Jugend. - 1729
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 3000
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203447
Onderwerp: Geschiedenis: algemene wereldgeschiedenis; geschiedenis van grote gebiedsdelen, bevolkingsgroepen en beschavingsgebieden: algemeen
Trefwoord: Wereldgeschiedenis, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Kort begrip der algemeene geschiedenis, of Inleiding tot dezelve
Vorige scan Volgende scanScanned page
mm
INLEIDING TOT DK
zaamden Keizers, die. Voor het meerderdeeli
niét waardig waren eenen troon te bekhm-
; zij vervielen onder het willekeurig ge-
van hunne eigene Krijgslieden; verwoes-
teden zich onder elkander in den dienst hun-
ner dwingelanden , en verloren ajle de ver-
hevene eigenfchappea hunner beroemde voor-
vaderen. Slechts den roem van geleerdheid,
fchranderheid en weirprekendheid wisten zij
nog langen tijd te behouden. IJrie hon-
derd jaren na christus werd, wel is
waar, zijn Godsdienst de heerfchende on-
der hen, cn Konflantimpolm de zetel hun-
nes rijks : doch de innerlijke zwakheid van
dat rijk was^ federt langen tijd blijkbaar.
Strijdbare volken waren lints eenigen tijd
-üver de grenzen des rijks ingedrongen; men
begon deze, van langzamerhand, gunltig te
ontvangen en in dienst te nemen; en toen
THEODosiirs, omtrent den jare 400, van
de Christelijke tijdrekening, die beruchte ver-
deeling des rijks, ineen Oostersch en Wes--
tcrsch ^ ten uitvoer bragt, wierpen zich de-
ze volken in het laatfte, en overmeesterden
hetzelve met weinig moeite. — Andere Ro^
meinen^ nog verachtelijker dan deze laatften,
hielden zich duizend jaren langer in Kon*
ßantinopolen^ nu voortaan de hoofdftad han-
nes Oostcrsch- grickfchen rijks ^ ftaande. On-
waardige Keizers , menigvuldige opltanden,
bijgeloof, godgeleerde twisten, eene buiten-
fporige magt der geestelijkheid , Jrabiers^
Turken en kruistogten, dit alles werkte te
zamen ter vernietiging van dit rijk. Des*
zelfs ondergang, in de vijftiende eeuw, had,
ondertusfchen, dit groote gevolg, dat deze
Äelfde KQmcinfQh^QricUn^ de onderdanen
vau