Boekgegevens
Titel: Kort begrip der algemeene geschiedenis, of Inleiding tot dezelve
Auteur: Curas, Hilmar; Schröckh, Johann Matthias
Uitgave: Leyden [etc.]: Du Mortier [etc.], 1811-1814
2e dr; 1e Nederlandse uitg. 1799-1802
Opmerking: Vert. van: Einleitung zur Universalhistorie zum Gebrauch bey dem ersten Unterrichte der Jugend. - 1729
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 3000
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203447
Onderwerp: Geschiedenis: algemene wereldgeschiedenis; geschiedenis van grote gebiedsdelen, bevolkingsgroepen en beschavingsgebieden: algemeen
Trefwoord: Wereldgeschiedenis, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Kort begrip der algemeene geschiedenis, of Inleiding tot dezelve
Vorige scan Volgende scanScanned page
ALGEMEENE GESCHIEDENIS.^ 47
fdiaafd gemaakt; aan Europa inzonderheid
jene nieuwe gedaante gegeven, en met zieli
zelve , en ten laatfte ook met de overigs
werelddeelen, ift eene altijddurende vei'bind-
tenis gebragt. Ontelbare gevolgen, uit de-
zen Godsdienst oorfpronkelijk, ftrekken zicli
tot onze tijden uit. Omtrent die eeuw, waar-
in deze Godsdienst gedicht werd, waren de
.neeste volken der oudheid uit de gefchie-
denis verloren geraakt, of waren aan zich
zeiven zeer onkenbaar geworden. Daarente-
gen , zijn er, federt zijne invoering, vele nieu-
we , merkwaardige volken ten voorfchijn ge-
treden , en bijna alle die rijken en ftatera
eerst gegrondvest geworden, welken tot he-
den toe beftaan.
Alle deze redenen doen ons de grondves-
tiging van den Christelijken Godsdienst be-
fchouwen als een tijdbeftek, hetwelke de ge-
fchiedenis des menschdoms in twee voor-
name deelen fcheidt. En alhoewel eerst vier
honderd jaren later, met de oprigtiiig der
nieuwe rgken , de eigenlijk gezegde nieu-
we gefchiedenis eenen aanvang neemt, zoo
moet men echter , om deze groote omwen-
telingen wel te kunnen beoordeelen , tot
ep de eerfiie tijden van het Christendom te-
rug gaan.
XXVI. Van deze tijden , derhalve, af- voor-
gerekend , zijn de Romeinen de eerllen, die
weder ten voorfchijn treden : 'inaar , het j^f nieu*
zijn flechts vérbasterde Romeinen, welken ws ge-
men zich in drie verfchillendc gedaanten ^'j^'®'''-'"
kan voordellen. De nakomelingen der ou- %
de Romeinen waren inderdaad (hunne vaste«»''»«»•
woonplaats binnen Rome houdende ) de mees-
ters- der wereld : dan , zijj zelvcn gehoor-
zaam-'