Boekgegevens
Titel: Kort begrip der algemeene geschiedenis, of Inleiding tot dezelve
Auteur: Curas, Hilmar; Schröckh, Johann Matthias
Uitgave: Leyden [etc.]: Du Mortier [etc.], 1811-1814
2e dr; 1e Nederlandse uitg. 1799-1802
Opmerking: Vert. van: Einleitung zur Universalhistorie zum Gebrauch bey dem ersten Unterrichte der Jugend. - 1729
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 3000
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203447
Onderwerp: Geschiedenis: algemene wereldgeschiedenis; geschiedenis van grote gebiedsdelen, bevolkingsgroepen en beschavingsgebieden: algemeen
Trefwoord: Wereldgeschiedenis, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Kort begrip der algemeene geschiedenis, of Inleiding tot dezelve
Vorige scan Volgende scanScanned page
ALGEBiEENE GESCHIEDENIS. 39
rcti 5' geducht voor de naburige volken: doch
het werd daarop in zich zeiven ontbon-
den, en men zag daaruit drie rijken ea
volken ontflaan, uit dewelken het ook al-
vorens, hoofdzakelijk, was te zamen ge^
fteld gjäweest, te weten: het Asfyrifche^
Babyhnifchc en Medifche; en alle deze rij-
ken vielen, eindelijk, omtrent vijf honderd
en vijftig jaren voor de geboorte van Chris-
tus geheel onder de magt van den Perfijchm
' alleenheerfcher cyrus. In den eerden aan-
vang van dit rijk kregen de afgoderij cn
fterrenkunde, daarin, hare geboorte; nader-
hand bloeide daarin zelfs de bouwkunst ne-
vens verfcheidene andere kunllen: maar de
gefchiedenis van dit volk, hetwelk eindelijk
geheel en al verloren is geraakt, is, voor
het meerderdeel, met verhalen van oorlogen
opgevuld.
XIX, Omtrent denzelfden tijd werdenin
Afrika , de Egyptenaars beroemd. Ten
naastenbij honderd en vijftig jaren na den
zondvloed, meent men, dat menes derzei-'
ver eerde koning geweest zij. Zij werden
langen .tijd beheerscht door vele kleine,
ook voor een gedeelte, buitenlandfche vor-
ften; en eerst met sesostris is hunne
ftaat begonnen een magtig en bloeijend aan-
zien te verkrijgen. Hunne gefchiedenis be-
gint eigenlijk eerst met p s am aii t i c n u s
eenige zekerheid te bekomen. Zij hebben
weinig veroveraars maar, des te meer wet-
gevers, ßh voor hun land op verfcheidene
wijzen , weWadige vorden gehad. Men
vindt bij hen de meeste wijze wetten ; de
meeste wetenfchappen en kunden zijn i}p6r
h^ll öitgeyQüdcu pf verbeterd, qn zij hcb'
C 4 bciï
' ■ —Tra