Boekgegevens
Titel: Kort begrip der algemeene geschiedenis, of Inleiding tot dezelve
Auteur: Curas, Hilmar; Schröckh, Johann Matthias
Uitgave: Leyden [etc.]: Du Mortier [etc.], 1811-1814
2e dr; 1e Nederlandse uitg. 1799-1802
Opmerking: Vert. van: Einleitung zur Universalhistorie zum Gebrauch bey dem ersten Unterrichte der Jugend. - 1729
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 3000
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203447
Onderwerp: Geschiedenis: algemene wereldgeschiedenis; geschiedenis van grote gebiedsdelen, bevolkingsgroepen en beschavingsgebieden: algemeen
Trefwoord: Wereldgeschiedenis, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Kort begrip der algemeene geschiedenis, of Inleiding tot dezelve
Vorige scan Volgende scanScanned page
r-Z-i,
38 inleiding tot de
Gefchie- XVII. Eenige oogwenken op de Alge-
menfchen Gefchiedenis gellageii, leeren ons zoo-»
in de al- danige Tijdbeßekken kennen : maar dan
lereerfte nioct men de meestbelangrijkften daarvan
ujdcn. pitiiiezen. Gedurende de eerfte zeventien
honderd jaren der wereld bleven zich de
menfchen binnen den omtrek eenes deels
van Jzie onthouden; en daar bcftonden nog
geene Volken, dat is, geene, door bijzonde-
re talen, woonplaatfen en burgerlijke fchik-
____ kingen, van elkander afgefchejdene, maat-
fchappijen van menfchen. De huisgezinnen,
hier en daar verfpreid wonende , waren
nog niet zeer naauw aan elkander verbon-
'i \ den. De Menfchen vondeh eenige der
^ ® meest noodzakelijke kunftcn , tot hun on-
derhoud en gemak uit; zij bezaten fchrifccn
roch geleerdheid; hadden echter kennis van
God en eenigen Godsdienst, en werden ein^
delijk, wegens een ten hoogften top ge-
klommen zedenbederf, op acht perfonen na,
door eenen grooten watervloed verdelgd.
Voor- XVIIL Maar uit dit gering overblijffel
y*oi?en. ontftond , omtrent het zeventien honderdfte
jaar der wereld , een nieuw gedacht van
menfchen, hetwelke zich van langzamerhand
in Volkplantingen verdeelde, en uit Jzic
ook in andere werelddeelen overging. On-
der dezen zien wij het eerst, ilraks na den
A»fiiriers jare 1800, de- Jsfyrlers ten voorfchijn tre-^
den, Deze ftichteden een rijk , hetwelk
over het grootfte gedeelte van het zuide-
lijk Jzic ^ ook een tijd lang ovq.v Egypte en
een deel van Ethiopië , heerschte. Gefticht
door nimrod en assur , buitengemeen uit-
|4vv gebreid door kinus en semiramis, was
dit Jsfyrifchc rijk 3 vele eeuwen m elkander
': , . ren,