Boekgegevens
Titel: Kort begrip der algemeene geschiedenis, of Inleiding tot dezelve
Auteur: Curas, Hilmar; Schröckh, Johann Matthias
Uitgave: Leyden [etc.]: Du Mortier [etc.], 1811-1814
2e dr; 1e Nederlandse uitg. 1799-1802
Opmerking: Vert. van: Einleitung zur Universalhistorie zum Gebrauch bey dem ersten Unterrichte der Jugend. - 1729
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 3000
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203447
Onderwerp: Geschiedenis: algemene wereldgeschiedenis; geschiedenis van grote gebiedsdelen, bevolkingsgroepen en beschavingsgebieden: algemeen
Trefwoord: Wereldgeschiedenis, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Kort begrip der algemeene geschiedenis, of Inleiding tot dezelve
Vorige scan Volgende scanScanned page
r

jt voorloopig denkbeeld van de
i.'
nog het tweede tijdvak in twee deelen: irti
eene gtfcUtdenis der middel ^ eeuwen, aan
vangende met de vijfde en eindigende mett
de vijftiende eeuw; en in eene nieuwere gs-
fchiedenis, welke die der laatlte drie hon-
derd jaren bevat. Deze verdeelingen zijn
gegrond op de groote veranderingen, wel-
ke in de wereld voorgevallen zijn, en ie-
der dezer tijdvakken van elkander onder-
fcheiden. Maar deswege is het, niet raad-
zaam dezelve van elkander af te fcheiden,
wanneer men alleen de nieuwe, of oude ge-
fchiedenis, elk op zich zelve, beoefent, ver^
krijgt men flechts eene gebrekkige, en zel-
den volkomen bruikbare kennis van dezel-
ve.
inTioud IX. Men verbeelde zich hierbij niet, dat
fthi/de- onmogelijk zy tot eene naaitwlieurige en
nu.^ meest volkomene kennis van ieder tijdvak en
van iedere foort van leerrijke gebeurtenisfen
te geraken. Het is waar, de algemeene-ge-
fchiedenis is in haren omvang zeer uiige-
ftrekt : maar alle derzelver tijdvakken zijn
niet derwijze met belangrijke gebeurtenisfen
vervuld, dat ons geheugen daarmede als
I overladen worde, en wij afgemat geraken,
wanneer wij nog flechts enkele fchreden in
dezelve gevorderd zijn. Ten naastenbij, ge-
lijk wij op eene algemeene landkaart de ge-
heele oppervlakte der aarde voor ons zien,
offchoon op dezelve flechts de omtrekken der
wevelddeelen en landen , benevens enkele
der voornaamfl:e, fteden worden vertoond, —
alzoo vertoont ons ook de algemeene ge-
fchiedenis niet dan hoofdzakelijk de groote
gebeunenislèn der wereld, benevens die
veranderingen, -^welké het ganfche men-
fche-