Boekgegevens
Titel: Kort begrip der algemeene geschiedenis, of Inleiding tot dezelve
Auteur: Curas, Hilmar; Schröckh, Johann Matthias
Uitgave: Leyden [etc.]: Du Mortier [etc.], 1811-1814
2e dr; 1e Nederlandse uitg. 1799-1802
Opmerking: Vert. van: Einleitung zur Universalhistorie zum Gebrauch bey dem ersten Unterrichte der Jugend. - 1729
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 3000
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203447
Onderwerp: Geschiedenis: algemene wereldgeschiedenis; geschiedenis van grote gebiedsdelen, bevolkingsgroepen en beschavingsgebieden: algemeen
Trefwoord: Wereldgeschiedenis, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Kort begrip der algemeene geschiedenis, of Inleiding tot dezelve
Vorige scan Volgende scanScanned page
ALGEMEENE GESCHIEDENIS. 49
^telvcB befchouwen en niet in verband met
de overigen. Wij zijn verpligt nu het oog
achterwaartsdan ter zijde uit te flaan. Veel,
hetwelk duister is, blijft er altijd over; ea
niet minder hetgene gebrekkelijk is. Alzoo
gevoelt men, eindelijk, de noodzakelijkheid ,
om de geheele gefchiedenis van het mensch-
dom in ooganfclwuw te nemen.
V. Djt Ichijnt eene zeer zware en moei- verfchel.
gelijke arbeid te zijn. Men kan, echter, tot^ene
verligting van denzelven veel toebrengen.
De verdecling , welke men van de onderr benrtcnii.
fcheidene foorten cn betrekkingen der ge-f»-"'
feeurtenisfen maakt, brengt daaraan reeds zeer
veel toe. Volgens dezelve verdeelt men de.
gefchiedenis in de burgerlijke of Staatkun-
dige; in de KerkeUjke, itw Letterkundige oi
Celeerde gefchiedenis.
VI. In de Burgerlijke of Staatkundige ge-
fchiedenis worden zoodanige gebeurtenislen dige.ker-
voorgefteld , welke de menfchen betreffen,
voor zoo verre zij in Burgerlijke gezelfchap-
pen en Volken verdeeld, ook door gewoon- fcMede-
ten, zeden en wetten, met elkander veree-"''*
nigd zijn. De Kerkelijke gefchiedenis (wel-
ke men ook in een meer uitgebreider zin
de gefchiedenis van den Godsdienst kan hee-
tcn) belchrijft de menigvuldige wijzen , ont
ood te kennen cn te dienen, welke de men-
fchen , of zelven hebben uitgevonden en zich
verbeeld, of welken god hun door buiten-
gewone openbaringen heeft ontdekt; inzon-
derheid dc gelchiedenis der beide groote
Maatfchappijen, wier Godsdienst, achtervol-
gens de uitdrukkelijk geopenbaarde voorfchrif-
tcn van god , is geregeld geworden, — de.
Joodfchc en Christelijke Kerk. I)e Litterkun-
ii'
töü^ÊÊm