Boekgegevens
Titel: Kort begrip der algemeene geschiedenis, of Inleiding tot dezelve
Auteur: Curas, Hilmar; Schröckh, Johann Matthias
Uitgave: Leyden [etc.]: Du Mortier [etc.], 1811-1814
2e dr; 1e Nederlandse uitg. 1799-1802
Opmerking: Vert. van: Einleitung zur Universalhistorie zum Gebrauch bey dem ersten Unterrichte der Jugend. - 1729
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 3000
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203447
Onderwerp: Geschiedenis: algemene wereldgeschiedenis; geschiedenis van grote gebiedsdelen, bevolkingsgroepen en beschavingsgebieden: algemeen
Trefwoord: Wereldgeschiedenis, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Kort begrip der algemeene geschiedenis, of Inleiding tot dezelve
Vorige scan Volgende scanScanned page
VR. OVER. DB INL. TOT DE CISCHIED,
meenfchappelijken arbeid des geheugens en
des verllands, met opzigt tot de gefchie-
denis?
XI. Welk,eene wetenfchap bewijst gefta-
dige dienden aan de gefchiedenis?
X!I. . Is er ook nog zoodanig een onont-
beerlijk hulpmiddel voor de gefchiedenis?
XIÜ. Wat is er wel noodig opdat het-
lezen der gefchiedenis van wezenlijke nuttig«
heid zij?
XIV. Welk eenen zamenhang heeft dan on-
der de gebeurtenisfen plaats?
XV. Welk een trap van volkomenheid
moet dan onze gefchiedkundige wetenfchap
ten aanzien der yerhalen bereiken ? — Welk
eene keuze moet men omtrent dezelve
doen ? >,
XVI. Eene zoodanige kennis der gefchie-
denis is, inderdaad, van zeer veel nut: maar
kan men daarin niet nog verder komen ?
- XVII. Wat moet men doen, om. zich
eene geleerde kennis der gefchiedenis te ver-
krijgen? — Als men gefchied-fchrijver wil
worden, moet men dan nog meer dan dit
weten ?
XVIII. Wat tracht men te bekomen als
men zoo veel werk van de gefchiedenis
maakt ? — Waaruit ontflaat dit genoegen ?
XIX. Brengt de kennis der gefchiedenis
ook een wezenlijk nut te weeg?
XX. Hoe leert men God uit de gefchie-
denis kennen?
XXI. Dient de gefchiedenis ook daartoe,
dat ons de Christelijke Godsdienst eerwaar-
dig en beminnelijk voorkome?
XXIL Welke is de voornaamfte kennis,
die wij uit de gefchiedenis bekomen? —
iov B5 Wat