Boekgegevens
Titel: Kort begrip der algemeene geschiedenis, of Inleiding tot dezelve
Auteur: Curas, Hilmar; Schröckh, Johann Matthias
Uitgave: Leyden [etc.]: Du Mortier [etc.], 1811-1814
2e dr; 1e Nederlandse uitg. 1799-1802
Opmerking: Vert. van: Einleitung zur Universalhistorie zum Gebrauch bey dem ersten Unterrichte der Jugend. - 1729
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 3000
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203447
Onderwerp: Geschiedenis: algemene wereldgeschiedenis; geschiedenis van grote gebiedsdelen, bevolkingsgroepen en beschavingsgebieden: algemeen
Trefwoord: Wereldgeschiedenis, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Kort begrip der algemeene geschiedenis, of Inleiding tot dezelve
Vorige scan Volgende scanScanned page
geschiedenis.
»1
fchiedenis bun Vaderland kennen en bemin-
nen; nademaal zij deszelfs .lotgevallen; den
oorfprong van deszelfs tegenwoordige ge-
fteldheid ; deszelfs wetten , en hunne ver-
pligting aan hetzelve, zoo wel als de wel-
daden, die zij in en door hetzelve ontvan-
gen hebben, ontdekken. De Koopman ziet in
de Gefchiedenis hoe zijne handel, wanneer
dezelve met verftand en braafheid wordt
gedreven, de menfchen aan elkander ver-
bindt, en den bloei, het aanzien, ja menig-
malen de welvaart der volken bevordert en
onderfteunt. Hij befpeurt er uit, dat de-
zelve menigmalen een zeer belangrijk aan-
deel heeft, aan die gewigtige veranderingen,
welke door vrede en Qorlog worden veroor-
zaakt; en zij doet hém tevens opmerken,
wat zijn Vaderland van hem verwacht, en
hoe fchadelijk hem zelven, ja voor géheele
landen eene onverzaadbare gewinzucht zij.
Voor den Kunstenaar, die de natuur op
eene edele wijze poogt na te volgen, ten
einde proeven van de hoogfte volmaaktheid
voort te brengen , om daarmede vermaak
en onderwijs te verfchaffen, is de gefchie-
denis eene onmetelijke fchat van perfonen
en daden, welken hij afbeelden en ver-
fraaijen kan; zij verleent heiji tevens over
zoo vele uitmuntende gedenkteekenen zijner
kunst — over Schilder-, Beeldhouwkunst en
meer anderen , de noodige opheldering;
fchenkt vuur en leven aan zijne verbeel-
dingskracht; en voedfel aan zijn vindingrijk
vernuft. De Krijgsman, eindelijk, vindt in
de gefchiedenis de veranderingen en verbe-
■ teringen zijner kunst; hij ziet dïidr die
■groote helden^ die, Biet verachting van alle
Z % \