Boekgegevens
Titel: Kort begrip der algemeene geschiedenis, of Inleiding tot dezelve
Auteur: Curas, Hilmar; Schröckh, Johann Matthias
Uitgave: Leyden [etc.]: Du Mortier [etc.], 1811-1814
2e dr; 1e Nederlandse uitg. 1799-1802
Opmerking: Vert. van: Einleitung zur Universalhistorie zum Gebrauch bey dem ersten Unterrichte der Jugend. - 1729
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 3000
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203447
Onderwerp: Geschiedenis: algemene wereldgeschiedenis; geschiedenis van grote gebiedsdelen, bevolkingsgroepen en beschavingsgebieden: algemeen
Trefwoord: Wereldgeschiedenis, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Kort begrip der algemeene geschiedenis, of Inleiding tot dezelve
Vorige scan Volgende scanScanned page
to Inleiding tot de
verdienflelijke mannen waren , die dezelve
hebben verbeterd en uitgebreid , en welke
de gefchriften zijn, waardoor zij zulks ge-
daan hebben. Uit haar trekt de tFijsgeer
(en dit behoort ieder Geleerde te zijn)
de grondregelen eener gegronde menfchen-
kennis en de oorzaken van ontelbaar ve-
le dingen. De Diohter en de Redenaar be-
dienen zich van de voorbeelden , welken
zij heeft opgezameld. De berigten , wel-
ken zij mededeelt omtrent de Staatsregelin-
gen der Landen en derzelver Wetten , zijn
onontbeerlijk voor den Regtsgeleerde; en de
Godgeleerde bewijst door hare hulp de waar-
heid en beminnenswaardigheid van den Gods-
dienst.
Htre XXVn. Eindelijk; de Gefchiedenis biedt
nuttigheid hare dienften aan, aan alle ßanden, beroe'
1"'" ^^ bezigheden, van het menfchelijke
<jer Maat-leven. Men zal niet wel een krachti-
fchappij ger middel kunnen uitdenken, om aan al'
hn^ge^ /ff» , die , in deze of gene betrekking,
meeneie-het roer Van Regering in handen hebben,
veu. 'op eene vrijmoedige wijze onder het oog
te brengen, wat zij ter verkrijging van ee-
nen waren roem , ter vervulling hunner plig-
ten en ten beste des Volks , fchuldig zijn
in acht te nemen ; hoe veel meer zij, dan
menfchen van eenen anderen ftand, in flaat
zijn de weldoeners, of de plagen, van het
menschdom te zijn ; en welke rampzalige
gevolgen ,,inzonderheid, daaruit zouden ge-
boren worden , wanneer zij zieh verbeelde-
den , dat hen zoo lange alles geoorloofd wa-
re als hen geenen onoverwinnel ijken wedtr-
ftand geboden vvierd. De onderdanen en
de Burgers cenes ftaats leeren uit de Ge-
fchie-
r V