Boekgegevens
Titel: Kort begrip der algemeene geschiedenis, of Inleiding tot dezelve
Auteur: Curas, Hilmar; Schröckh, Johann Matthias
Uitgave: Leyden [etc.]: Du Mortier [etc.], 1811-1814
2e dr; 1e Nederlandse uitg. 1799-1802
Opmerking: Vert. van: Einleitung zur Universalhistorie zum Gebrauch bey dem ersten Unterrichte der Jugend. - 1729
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 3000
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203447
Onderwerp: Geschiedenis: algemene wereldgeschiedenis; geschiedenis van grote gebiedsdelen, bevolkingsgroepen en beschavingsgebieden: algemeen
Trefwoord: Wereldgeschiedenis, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Kort begrip der algemeene geschiedenis, of Inleiding tot dezelve
Vorige scan Volgende scanScanned page
O E S C'Ii I E D E N I 5I|
19

geblevenoffchoon derzelver bedrijvers ver-
mogend, geëerd en, naar het gemeene gevoe^
len, gelukkig waren; zij worden, echter,
door de Vierfchaar der Gefchiedenis naar
Te<^ten gevonnisd. Het is deze, die de
fchandelijke beweegredenen hunner daden ont-
dekt; die derzelver gruwzaamheid, zoo wel
als droevige gevolgen, aanwijst, en dezel-
vcn , zonder aanzien van perlbon of volk,
als verfoeijenswaardig doet kennen, Dd;ir
houdt de verwondering op, waarmede, dik-
maals, onregtvaardige en lage bedrijven wier-
pen toegejuicht. Diiv verliest de boosheid
haar verleidend vermogen , 'nadeinaal men
haar, vaak, geftraft ziet door zich zelve,
cn beflendig gehaat en veracht door ande-
ren. Daar, integendeel, ontvangen wijze eu
deugdzame bedrijven eene regtvanrdige ver-
gelding, offchoon zij ook -niet erkend, niet
vereerd zijn geworden op hunnen lijd; wnnt
de Gefchiedenis ontrukt hen aan de verge-
telheid ; brengt hen over tot de nakonie-
lingfchap, en prijst hen deze aan ter navol'
De Gefchiedenis is voor den g^j- H-ir»
leerden een beftendig fcliljnend licht van ^^n-
nis. Zij wijst hem iedere aanmerkelijke xie;, der
vordering van het menfchelijk verftand, in weien-
het onderzoeken en gebruik maken van het
ware, het fchoone en het nuttige aan. Zij
leert hem den oorfprong van iedere weten-
fchap kennen, gelijk ook derzclver bearbei-
ding , en de middelen , waardoor haren
bloei bevorderd of belet is gevvorden. Zij
doet hem zien, welk goed dezelve te we-
ge gebragt, of tot welke misbruiken zij aan-
leiding gegeven heeft; gelijk ook^ welke de '
B 5 ver-
m.
J