Boekgegevens
Titel: Kort begrip der algemeene geschiedenis, of Inleiding tot dezelve
Auteur: Curas, Hilmar; Schröckh, Johann Matthias
Uitgave: Leyden [etc.]: Du Mortier [etc.], 1811-1814
2e dr; 1e Nederlandse uitg. 1799-1802
Opmerking: Vert. van: Einleitung zur Universalhistorie zum Gebrauch bey dem ersten Unterrichte der Jugend. - 1729
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 3000
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203447
Onderwerp: Geschiedenis: algemene wereldgeschiedenis; geschiedenis van grote gebiedsdelen, bevolkingsgroepen en beschavingsgebieden: algemeen
Trefwoord: Wereldgeschiedenis, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Kort begrip der algemeene geschiedenis, of Inleiding tot dezelve
Vorige scan Volgende scanScanned page
GESCHIEDENIS. ^ $
met verdichtingen vermengt; — en eindelijk,
van allé andere veran leringtn en navolgin* '
gen der gelchiedkundige waarheid.
Vil. Zal men nu eenig nut uit de
zaken der gefchiedenis kunnen trekken, zoog^^-hie-^*^
is het niet genoeg, dat men dezelve vandenisnat-
buiten kenne. Het is waar, her geheugen word«,
moet daarbi.) werkzaam zijn; het maakt zich
ook niets zoo gaarne eigen, en bewaart niets
200 gemakkelijk als verhalen Dan, zoo lange
het zich daartoe alleen bepaalt, wordt on-
ze nieuwsgierigheid flechts door dezelve vol-
daan; — wij kunnen ze ook wel aan an-
deren mededeelen, om hen daarmede eenig
vermaak te verfchafFen: maar wanneer zij
te veel op éé\i gehoopt worden, ftrekken zij,
weldra, het geheugen lot eenen last. Voor
het verftand, ondertusfchen, en vooral voor
het oordeel, waaraan men het gezond ver-
fland voornamelijk onderkent, is nog niets
gewonnen, zoo lang de gefchiedenis bij ons
flechts in geheugenwerk befl:aat.
Vin. Hier van daan is het noodig, dat Naden-
men over de gebeurtenisfen ook leerc naden
ken. Dit nadenken kost ons, wel is waar,^^^^
vele infpanning, als wij nog jong zijn: maarjreVchie-
daar ons ligchaam dagelijks aanwast, zoo moe-
ten wij ook daarvoor zorge dragen, dat
onze geest van 's gelijken, ^^lagelijks, in
krachten toeneme. En dit gcfcriiedt door
na te denken over alles, wat wy zien, hoo*
ren en lezen.
IX. Wil men nu over de gefchiedenis na-
denken , zoo moet men dikmaals vragen: uit
.welke oorzaken de gebeurtenisfen ontdaan
zijn? — welke beweegredenen en oogmerken
As de
-..IS'-