Boekgegevens
Titel: Kort begrip der algemeene geschiedenis, of Inleiding tot dezelve
Auteur: Curas, Hilmar; Schröckh, Johann Matthias
Uitgave: Leyden [etc.]: Du Mortier [etc.], 1811-1814
2e dr; 1e Nederlandse uitg. 1799-1802
Opmerking: Vert. van: Einleitung zur Universalhistorie zum Gebrauch bey dem ersten Unterrichte der Jugend. - 1729
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 3000
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203447
Onderwerp: Geschiedenis: algemene wereldgeschiedenis; geschiedenis van grote gebiedsdelen, bevolkingsgroepen en beschavingsgebieden: algemeen
Trefwoord: Wereldgeschiedenis, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Kort begrip der algemeene geschiedenis, of Inleiding tot dezelve
Vorige scan Volgende scanScanned page
INLÏIDINO TOT DE
Ktre IV. Deze onderfcheidingen doen, no^-.
eigen-' voor alle dingen weten, dat de gezegde ge-
fchappen.beurtenisfen waar zijn. Dit zijn zij alsdan,
wanneer zij door zekere gedenkt eekenen en
geloofwaardige gciuigtnisfen uit de tijden,
waarin zij voorgevallen zijn, of uit de daar-
op eerstvolgenden, bekend worden.
Toets. V. Deze proef valt moeijelijk te nemen,
dewyl zij zeer vele belezenheid, • beoordee-
ling en er\'arenhcid eischt: zij is echter van
de grootfte nuttigheid. Niet alleen ten dien
einde, opdat men wete, welke gebeurte-
nisfen men als waar kunne aannemen: maar
ook daartoe, dat men zich voor de ligt-
geloovighcid leere wachten^ uit dewelke zoo
vele fchadelijke dwalingen geboren wolf-
den. Het is zekerlijk nuttiger aan zeldza-
me verhalen eenen tijdlang te twijfelen,
dan dezelve in het eerfte oogenblik te ge-
looven: doch wanneer men wegens gebrek
aan, offtrijdigheid van berigten, niet tot
eene volkomene zekerheid in de gefchiedenis
geraken kan, dan kan men zich ook, dik-
maals, met eene groote waarfchijnlijkheid
vergenoegen.
Hira VI. Uit dit alles ziet men, dat de gefchie-
InJioud. denis een geloofwaardig verhaalvan merkbaar"
dige gebeurtenisfen uitmaakt. Hierdoor on-
derfcheidt zij zich genoegzaam van ovtrlevc-
ringen en geruchten^ dat is te zeggen, vaa
hij monde ^ortgeplante, en meestendee's ver-
fälschte berigten^ welker eerfte uitvinder of
oorzaak niet bekend is, of geen geloof ver-
dient, — van 's gelijken van den Fabel,
* Wélke gebeurtenisfen verdicht, of de zooda-
^igep, die met der daad voorgevallen zijn,
»et