Boekgegevens
Titel: Kort begrip der algemeene geschiedenis, of Inleiding tot dezelve
Auteur: Curas, Hilmar; Schröckh, Johann Matthias
Uitgave: Leyden [etc.]: Du Mortier [etc.], 1811-1814
2e dr; 1e Nederlandse uitg. 1799-1802
Opmerking: Vert. van: Einleitung zur Universalhistorie zum Gebrauch bey dem ersten Unterrichte der Jugend. - 1729
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 3000
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203447
Onderwerp: Geschiedenis: algemene wereldgeschiedenis; geschiedenis van grote gebiedsdelen, bevolkingsgroepen en beschavingsgebieden: algemeen
Trefwoord: Wereldgeschiedenis, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Kort begrip der algemeene geschiedenis, of Inleiding tot dezelve
Vorige scan Volgende scanScanned page
HET OEBB-iriK VAN DIT BOEK. f
vele honderd:jaren na de fchepping der we»
reld, of voor de geboorte van jezus Chris-
tus eene gebeurilenis zij voorgevallen.
Onder deze gezegde tijdbepalingen, kan de
lïiatlle gemakkelijk door behulp van de eer-
fle worden gevonden; ik heb dezelve, ech-
ter, gelijk andere hulpmiddelen van het ge-
heugen, weggelaten, om de kantteekening
niet te groot te maken. Men late den leer-
ling zich in deze overbrenging oefenen.
Voor alle dingen hoop ik, dat men gee-
ne lesfen over dit boek zal geven, zonder
daarbij van goede landkaarten gebruik te ma-
ken. De leerling behoort gedurig te we-
ten en te zien in welk eenen oord der we-
reld hem de gefchiedenis voere. Dit zal te
gelijker tyd aan zijne oogen eene zekere
bezigheid verfchafFen , en men weet wel, hoe
dienriig het voor de jeugd zij, dat, benevens
bun kiemend verftand^ hunne meer werk-
zame verbeeldingskracht onderhouden worde.
Slechts zelden heb ik regtftreekfche aan-
merkingen en zedeliike bedenkingen bij de
befchrljvingen gevoegd. Ik heb, integendeel,
getracht dc gebeurtenisfen zoo voor te dragen ,
dat <le bedoelde leeringen natuurlijker wijze
uit dezelve voortvloeljen en opgemerkt moe-
ten worden; en dit oordeel ik veel aange-
namer cn nuttiger te wezen. Men moet
voornamelijk den leerling zich zeiven hier
in laten oefenen. De gemengde aanmerkin-
gen, welken men aan het einde van ieder
tijdvak ontmoet, zullen hem daartoe gele-
genheid geven; want door deze heb ik
getracht aan te toonen, hoe men de gefchie-
denis moet beoordeelen, om uit dezelve nut-
tige gevolgen to trekken; gel«k ook, hoe men
a 3 Hit