Boekgegevens
Titel: Kort begrip der algemeene geschiedenis, of Inleiding tot dezelve
Auteur: Curas, Hilmar; Schröckh, Johann Matthias
Uitgave: Leyden [etc.]: Du Mortier [etc.], 1811-1814
2e dr; 1e Nederlandse uitg. 1799-1802
Opmerking: Vert. van: Einleitung zur Universalhistorie zum Gebrauch bey dem ersten Unterrichte der Jugend. - 1729
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 3000
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203447
Onderwerp: Geschiedenis: algemene wereldgeschiedenis; geschiedenis van grote gebiedsdelen, bevolkingsgroepen en beschavingsgebieden: algemeen
Trefwoord: Wereldgeschiedenis, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Kort begrip der algemeene geschiedenis, of Inleiding tot dezelve
Vorige scan Volgende scanScanned page
ondkrkloting' weoens

Bij het doen van deze vragen behoudt
de onderwijzer cène groote vrijheid. Die,
welke ik achter iedere kleine afdeeling heb
geplaatst maken niets minder dan een on-
veranderlijk voorfchrift voor hem uit; zij
zijn flechts gefchikt, om tot eene handlei-
ding, ten gelprekke met de leerlingen, te die-
nen. Men kan dezelve ook met andere
woorden doen; daar kunnen, ja behooren
zelfs meerder dan deze ontworpen te wor-
den. Ook zal de onderwijzer zeer wel doen
als hij zijne leerlingen zeiven leert vragen^
cn verfcheidene hunner die vragen aan el-
kander laat doen; en vooral zullen zij zich op
eene uitftekende wijze oefenen, wanneer
men hun niet flechts enkele vragen op zicli
^ïélven laat beantwoorden: maar achtereen
eene laneengelciiakelde gefchiedenis verha-
len. Om kort te gaan: hoe meer deze vra^
gen in een proefnemend onderhoud met den
leerling worden veranderd, zoo veel te meer
zal hij er zijn werk van maken, de gefchie-
denis te'leeren, en zal zijn finaak voor de«
zelve toenemen.
Over de t jdrekening heb ik geene vra-
gen ontworpen. Niets vali gcmakkelgker dan
te vragen: wanneer eene gebeurtenis zij voor-
gevallen ? of welke de Uitgebreidheid van eerf
tijdvak zij? Daartegen heb ik de jaartelling,
afzonderlijk van het werk, op den rand ge-
plaatst, opdat dezelve zoo veel te eerder in
het oog mogtc vallen, en geene afleiding of
ftuitij^- in het lezen maken. In het be-
^in liïhoeft men er niet op aan te dringen,
dat dezelve onthouden worde; het is, ge-
durende ecnigcn tijd, genoeg, dat de leer-
Mg vvetc, in welfe een tijdvak, — hoe