Boekgegevens
Titel: Inwijding der nieuwe Louise-school, te Amsterdam ... 18 April 1854
Auteur: Suringar, W.H.
Uitgave: [Amsterdam]: [s.n.], 1854 *
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 965
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203399
Onderwerp: Onderwijs: voorschools onderwijs
Trefwoord: Scholen, Kleuteronderwijs, Amsterdam (stad), Louise Auguste Wilhelmine Amalie
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Inwijding der nieuwe Louise-school, te Amsterdam ... 18 April 1854
Vorige scan Volgende scanScanned page
35
baarheid zeer groot zijn. Wie had het U, tien jaren gele-
den, durven voorspellen, dat gij eens aan het hoofd zoudt
staan eener zoo uitgebreide Inrigting, die w^eldra 1200 kin-
deren tellen zal? Als gij eens berekent, hoe groot een aan-
tal kinderen hier ter plaatse reeds was — nog is, en later
aan uwe leiding zal worden toevertrouwd, springt dan in uw
oog geen traan, ontbreekt het U dan niet aan woorden, om
uwen dank uit te spreken? 1900 kinderen verlieten reeds de
school, 1200 zullen er weldra zijn, en hoe vele honderden
kunnen er nog komen, als God U nog jaren levens gunt?
En onder deze kinderen waren en zijn er immers honderden,
die het wel maken, en daardoor uwe vreugde verhoogen? Zul-
len er niet onder zijn, die in lateren leeftijd, U menig heerlijk
levensoogenblik bezorgen, en, voor den troon van God, aan
den vriend hunnen dank betalen, die hun den heilweg wijzen
wou? O! wat is uwe taak schoon en edel!
M. H! Bestuurders dezer Inrigting, die, als vriendelijke
raadgevers en getrouwe rentmeesters, de Dames-Bestuurderes-
sen ter zijde staat, en bij den bouw ende inrigting van dit
lokaal zoo vele goede diensten bewezen hebt I bloeije — bloeije
de Louise-School, opdat ingezeten en vreemdeling haar gaarne
bezoeken. Dat zij, die den naam eener Prinses aan het hoofd
draagt, onder zoo vele andere weldadige gedenkteekenen,
hier ter stede, de Prinsengracht versiere, als een toonbeeld
van der Amsterdammeren volharding in weldadigheid!
En nu is immers mijne geheele taak ten einde, en ik heb
allen geluk gewenscht en dank gebragt! Neen, neen! een
schoon, mag ik 't zeggen, het schoonste deel blijft mij nog
overig. Tot U rigt ik het woord, Stichteressen, Bestuur-
deressen der School, en ik doe dat met een bewogen hart!
Op den 29 Nov. i843 viel mij 't genoegen ten deel,
U ook toe te spreken, en ik zeide toen; »Als eenmaal de
school voltallig is, en, na verloop van vele jaren, vele kin-
deren zich gelukkig ontwikkelen, dan springe een dankbare
vreugdetraan U in het oog; dan klimme uw dankgebed tot
God, en 't zij , te midden van de zorgen des levens, en onder
rouw en smart, een zoete troost: » Ook ik mögt daaraan