Boekgegevens
Titel: Inwijding der nieuwe Louise-school, te Amsterdam ... 18 April 1854
Auteur: Suringar, W.H.
Uitgave: [Amsterdam]: [s.n.], 1854 *
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 965
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203399
Onderwerp: Onderwijs: voorschools onderwijs
Trefwoord: Scholen, Kleuteronderwijs, Amsterdam (stad), Louise Auguste Wilhelmine Amalie
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Inwijding der nieuwe Louise-school, te Amsterdam ... 18 April 1854
Vorige scan Volgende scanScanned page
28
kostelijk ging, zeide zij in dankbare geestdrift, zich zooveel
bittere teleurstellingen met volwassenen herinnerende: » Ik
zal waarlijk dan nog pleisier hebben van c/it kind."
Ja ! rein en edel genoegen valt den weldoener der kinde-
ren ten deel. Tegen bitter verdriet is hij niet geheel ge-
waarborgd ; want soms mislukken de beste pogingen. In
den regel echter oogst hij de liefde der kinderen en deze maakt
den weldoener tot een kapitalist van eene bijzondere soort.
Zijne beurs wordt al ligter en ligter, maar, indien hij uit
het regte beginsel werkt, zijne zedelijke waardij wordt
zwaarder. Zijn hart wordt voller van reine levensvreugde,
en zelfvoldaanheid. De kinderen geven hem een rijke schat
van liefde, indien hij waarlijk kindervriend is. Men beseft
het niet genoeg, hoe de kinderen het, als bij instinct, den
volwassene aanzien , en het dadelijk merken of hij kinder-
vriend is. 't Geval is voorgekomen, dat zeker kind dertig
jaren daarna, zich nog twee menschen herinnerde, en met
liefde aan hen dacht, die met het kind in gesprek waren
getreden, in een groot gezelschap, toen alle andere aan-
wezigen het als niet aanwezig beschouwden, en er geene de
minste notitie van namen.
Meerdere betrekking alzoo tusschen de wereld der arme
kinderen en de wereld der meestbeschaafde en meervermo-
gende volwassenen, dit is bet, wat krachtig toe kan bren-
gen, om den maatschappelijken toestand te verbeteren, en
het levensgenot der volwassenen te verhoogen.
Gelukkig Vaderland , Avaar men , in het laatste dozijn ja-
ren , meer en meer 't belang daarvan heeft ingezien , en al-
omme, met name hier ter stede, de helpende hand tot arme
kinderen heeft nitgestrekt. Had men 'tniet ingezien, was
men daarvan niet diep en innig doordrongen, smaakte men
in die heerlijke wijze van weldoen geene steeds toenemende
vreugde, zag en pinkte men daarvan niet aanvankelijk ver-
blijdende vruchten, beloofde de toekomst, wel geene gouden
bergen, niet eene verengelde burger-maatschappij, maar toch
meerdere kloekere, wijzere en meer ten goede gezinde men-
schen,— van waar, en waaraan is het dan toe te schrijven,