Boekgegevens
Titel: Inwijding der nieuwe Louise-school, te Amsterdam ... 18 April 1854
Auteur: Suringar, W.H.
Uitgave: [Amsterdam]: [s.n.], 1854 *
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 965
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203399
Onderwerp: Onderwijs: voorschools onderwijs
Trefwoord: Scholen, Kleuteronderwijs, Amsterdam (stad), Louise Auguste Wilhelmine Amalie
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Inwijding der nieuwe Louise-school, te Amsterdam ... 18 April 1854
Vorige scan Volgende scanScanned page
27
einde, hadden begrepen en gevoeld. Evenzoo deed de Hoog-
leeraar Ebeling te Halle, met zijne geschiedenis van Rome
voor jonge kinderen.
Zulke voorbeelden moedigen aan, banen den weg. Nie-
mand worde toch afgeschrikt door de gedachte, dat hij niet
veel — niet alles in dezen vermag, en daarom liever niets
zal doen. Indien elk maar deed wat hij kon , zou er van
lieverlede een band gelegd worden tusschen de wereld der
volwassenen uit den midden- en hoogeren stand, en die der
kinderen van behoeftigen, heilzaam voor beiden, en der
maatschappij in het algemeen ten grooten zegen. Vraagt het
aan dien edelen Bisschop, of zijne bemoeijingen met kinde-
ren niet de schoonste parelen waren aan de vreugdekroon
van zijn leven ? Zijn toestemmend antwoord geeft er U
de verzekering van.
Zulke parelen kunnen vele leden onzer School magtig wor-
den , al zijn ze dan ook niet van de grootste soort, al is
't geen volledig snoer. Men kan in de kinderwereld nuttig
werken, zij het ook op kleinere schaal. Al bepaalde men
zich slechts tot het plaatsen van e'e'n of meer kinderen, die
men met een belangstellend oog bleef gadeslaan, en nu en
dan op de school, of zelfs aan huis bezocht; al stond men
slechts toe, ze tweemalen in het jaar met hunne ouders aan
onze woning te ontvangen, dan reeds zou de weldoener zich
verheugen in Gods hand werktuig te zijn, den grond te
hebben gelegd om een kind tot een mensch te zien opgroei-
jen: een kind, waarin anders het menschelijke , door het on-
verstand , den onwil en het onvermogen der ouders welligt
was ingesluimerd, zoo niet verdierlijkt?
Moet ik U, onder zoo velen, wijzen op eene edele vrouw
in deze stad , wier lust het is wel te doen ? De meest grie-
vende teleurstellingen ondervond zij. Maar 't schrikte haar
niet af. Door ervaring wijzer geworden, oefende zij hare
weldadigheid uit, met beter overleg, met steeds toenemende
schranderheid. Voor de opleiding en opvoeding van arme
kinderen bestemt zij bij voorkeur hare liefdegaven. Toen
men haar eens berigtte, dat het met één dier kinderen zoo