Boekgegevens
Titel: Inwijding der nieuwe Louise-school, te Amsterdam ... 18 April 1854
Auteur: Suringar, W.H.
Uitgave: [Amsterdam]: [s.n.], 1854 *
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 965
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203399
Onderwerp: Onderwijs: voorschools onderwijs
Trefwoord: Scholen, Kleuteronderwijs, Amsterdam (stad), Louise Auguste Wilhelmine Amalie
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Inwijding der nieuwe Louise-school, te Amsterdam ... 18 April 1854
Vorige scan Volgende scanScanned page
24
Lieve Dames, goede Heeren!
tFij belooven het voor rast,
Bat hier, bij het spelend leeren,
Braaf zal worden opgepast! —
Och! — of eens dees School betoone
Dal — door liefde en trouio — de jeugd,
In hoe nedrig huis zij wone,
Rijk iKordt door verstand en deugd!
B. Ik wees U, G, T! op enkele vruchten, die Ae Loui-
se-School afwierp, voor onze kinderen, voor hunne ouders
en voor de huisgezinnen. Dat dit niet alle vruchten zijn,
spreekt wel van zelve. Het openbaar goed zij hier veel, 't
verborgene is meer. 't Is wijsselijk zóó ingerigt, dat een
mensch, die goed zaad, tot een weldadig doel, in den akker
werpt, door 't gemis van alle vrucht niet moedeloos wordt,
zoodat hij ophoudt te zaaijen; en door te ruimen oogst niet
overmoedig, zoodat hij zijne afhankelijkheid van den Alze-
genaar en de behoefte aan Diens voortdurenden zegen vergeet.
Maar zijn nu de kinderen en ouders en huisgezinnen
de éénigen, voor welke deze School winstgevend was?
Dat zij verre, G, T! Zij was, in vollen nadruk, ook winst-
gevend voor de weldoeners dier ouders en hinderen, voor
de Bestuurders en Onderwijzers, Leden en Begunstigers.
Zou 't niet eene engbegrensde, sobere betrekking van de
Leden onzer schoone Instelling zijn, indien die betrekking
op baar daarin alleen bestond, dat men jaarlijks ƒ 5 of
eenige guldens meer ten beste gaf, en zich daardoor 't regt
verwierf, een kind te plaatsen? Neen! juist de plaatsing
zelve van 't kind is het, die de inleiding is tot naauwere
en meer beteekenende aansluiting, die aan het lidmaatschap
een gewigtiger en edeler karakter geeft.
Het kind, dat men zich aantrok, levende in een dikwijls
ongezonden, veelal ruwen dampkring, wordt overgeplaatst
in eenen beteren. In luije ledigheid bragt het den dag door,
en ledigheid is zij niet des duivels oorkussen? Op de school