Boekgegevens
Titel: Inwijding der nieuwe Louise-school, te Amsterdam ... 18 April 1854
Auteur: Suringar, W.H.
Uitgave: [Amsterdam]: [s.n.], 1854 *
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 965
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203399
Onderwerp: Onderwijs: voorschools onderwijs
Trefwoord: Scholen, Kleuteronderwijs, Amsterdam (stad), Louise Auguste Wilhelmine Amalie
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Inwijding der nieuwe Louise-school, te Amsterdam ... 18 April 1854
Vorige scan Volgende scanScanned page
19
ken zag, »hoe ben je zoo stil?" »Zon ik niet stil zijn,"
antwoordde de vrouw: »Het is omdat ons lieve kind
zoo straks zeide: Moederlief, laat ons voor Vader bidden,
dat hij een braaf mensch worde en geen jenever meer drinke."
»Ja, lieve Vader! dat heb ik gezegd" hernam het kind,
»en ik heb het ook stil gebeden. Och, Vaderlief! zult gij
geen jenever meer drinken, ik zal heel zoet en gehoorzaam
zijn." De man zegt niets. Hij zucht diep. Hij gaat den
volgenden morgen naar zijn werk, komt 'savonds nüchteren
en wel te huis met een zes ponds roggenbrood, en zegt:
»Ziedaar vrouw! dat verdronk ik anders, en nog meer."
Binnen een jaar tijds waren deze menschen er boven op.
Er kwam burgerlijk welvaren in dit gezin.
Behagen en treffen U deze daadzaken niet? Ze waren
met nog vele andere te vermeerderen. Hoe ongeloofeJijk
het schijne, die kleine kinderen waren niet zelden hervor-
mers en redders van geheel het gezin. Zij bragten door
hunne vertellingen, spreuken en liederen, door hun lief-
tallig gedrag een anderen geest, een betere atmospheer inde
woning: de oogen en harten der ouders gingen open. Ja!
zelfs op grootouders hebben die kinderen, zonder dat zij
zeiven bet wisten, ten goede, gewerkt. »Ik schaam mij vaak
voor mijn kleinkind." Met dat woord komen ouders, soms
grootouders bij onzen Onderwijzer. » Het kind weet er meer
van dan wij. Wij willen onze belijdenis leeren." Gan-
gel wijst hun eenen godsdienst-onderwijzer aan, zij leeren
ijverig en met lust, en na eenige maanden leggen zij hunne
belijdenis af. Hun wande! is onberispelijk. Verwondere het
U dan niet meer , dat onze school weldadig ingrijpt in het wel-
varen, in het stoffelijk en zedelijk welzijn der huisgezinnen.
Met al wat hier bestaat en gedaan wordt, wordt het daar-
op aangelegd. En al wie hier werkt en helpt, is geen op
zich zelf staand persoon, die eene bepaalde en afgebakende
taak heeft om, of in 't lezen, of in 't schrijven onderrigt te
9*