Boekgegevens
Titel: Inwijding der nieuwe Louise-school, te Amsterdam ... 18 April 1854
Auteur: Suringar, W.H.
Uitgave: [Amsterdam]: [s.n.], 1854 *
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 965
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203399
Onderwerp: Onderwijs: voorschools onderwijs
Trefwoord: Scholen, Kleuteronderwijs, Amsterdam (stad), Louise Auguste Wilhelmine Amalie
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Inwijding der nieuwe Louise-school, te Amsterdam ... 18 April 1854
Vorige scan Volgende scanScanned page
18
zei de Moeder, »ik zou onder mijn bitter leed bezwijken.
Maar mijne lieve K , . . zegt alle avonden een psalm , ge-
zang of ander godsdienstig versje voor mij op. Ook vertelt
zij mij veel uit de Bijbelsche geschiedenis. Dat troost mij ;
dat houdt mij staande; dat geeft mij moed; dat sterkt mij."
Dat lieve kind wordt ernstig ziek, eene uitteering zal
het ten grave slepen. Dagelijks zegt het: »Lieve Moeder!
hou niet op voor Vader te bidden. Ik doe het ook." Het
kind verergert. De Moeder zal het voor 't laatst kussen.
Het kind kan naauwelijks meer spreken , en zegt met ster-
vende lippen, »Moe! voor Vader bidden." Het kind sluit
het oog. Een Engel op aarde was het, een Engel voor
den hemel!
Nog één voorbeeld, ten bewijze dat men de geheele waar-
heid spreekt, als men het kind een Meinen zendeling noemt.
De prent van den dronkaard wordt op de school behan-
deld. Een jongetje van zes jaren komt te huis en vindt
zijn Vader stomdronken en in hevigen twist met de Moe-
der. 't Kind slaat de armpjes om zijne Moeder, en zegt:
»Moederlief! hou u maar stil. Vader hoort u toch niet,"
En nu barst de Moeder los in tranen: »kind! ik heb zoo
veel innig zielsverdriet. Uw Vader verdrinkt alles. Als 't
zoo voortgaat, zullen we nog gaan bedelen." »Moeder!"
zegt het kind, »wees maar stil. Vader heeft nu geen ver-
stand. Heintje, onze helpster op de school, heeft dezen
morgen nog gezegd: »Dronken menschen weten niet wat ze
zeggen en doen. Maar, Moederlief! laat ons voor Vader
bidden, dat hij een beter mensch worde. Als Vader dan
uitgeslapen heeft, zal ik hem vriendelijk verzoeken, om geen
jenever meer te drinken." De vrouw houdt zich stil, op
raad van het kind. De man heeft zijn' roes uitgeslapen, en
't kind komt naar hem toe, en zegt: »Vaderlief! ik zal u
wat vertellen, en een mooi versje opzeggen." »Wel, Moe-
der!" zei de man, die zijne vrouw in diep gepeins verzon-